Oranje mantel

Bonte mantel, Foto Koos Dijksterhuis

Stralend weer was het toen we naar Texel gingen. We gingen erheen voor een boekpresentatie en knoopten er twee dagen zeelucht aanvast. Wat een bof dat de lente zou doorbreken!

Toen we Den Helder betraden, drong kille zeemist binnen. Twee dagen bleef het bewolkt en koud. Zodra we weer thuis waren, brak de zon door. Ik ben niet bijgelovig, maar soms denk ik er het mijne van.

Affijn, het was droog en nagenoeg windstil. We fietsten uit De Koog, een badplaats met de allure van een winkelcentrum op een druilerige maandagmorgen, door en langs de duinen naar de vuurtoren op de noordpunt van Texel. Daar liepen we een ronde over het strand en tussen de kokkels en de vele oude, forse oesters vonden we een bonte mantel. Bont zijn bonte mantels niet. Bont is zwart-wit. Deze mantel was oranje. Het gekke was: ik liep net aan de mogelijkheid te denken een bonte mantel te vinden. Soms denk je aan iemand en dan belt ie. Nu dacht ik aan een bonte mantel en vond ik ‘m. Misschien deed het strand me denken aan Bretagne of Wales waar mantels algemeen zijn, ik weet het niet, ik denk er het mijne van.

De vuurtoren werd bewaakt door zeven borden Verboden Toegang, zelfs het paadje langs de toegangspoort waar ze ’s zomers entree heffen was gesloten. We fietsten langs de dijk naar Oosterend. We zagen grutto’s, tureluurs en wulpen. Een veldleeuwerik zong. En wat een rotganzen, vooral buitendijks. Rotganzen heten rot omdat ze rorororo zeggen. Ze hebben een klier om zout te lozen en kunnen als de beste op het wad en in de kwelder grazen.