Opdringerige schildpad

Schildpad in Istanbul, © K. Dijksterhuis

We wandelen door het bos de Kuçuk Çamlica op, de kleine heuvel in het Aziatische deel van Istanboel. De top ervan is veranderd in een gazon, de lagere delen in een plantsoen, maar daartussen is het mediterrane bos nog aardig in tact, met vlinders, vogels en soms een onverwachte kostganger. Met luid geritsel verschijnt een schildpad. Het zal wel een Griekse landschildpad zijn. Dat is de landschildpad die mensen soms als huisdier houden. In mijn kindertijd had een vriendje er een. Die liep door de tuin aan een touwtje, dat door een gaatje in zijn schild zat geknoopt. Ze hadden er domweg een gat door geboord. Ik vond dat zielig. Ik vind dat nog steeds, want schildpadschilden zitten vol zenuwen… Bovendien kon het beest alleen maar rondjes scharrelen.

Onze bezoeker is ook tam. Hij scharrelt telkens op ons af. Waarschijnlijk is hij gewend aan parkbezoekers die hem voeren. Hij is vasthoudend bij het opdringerige af en sneller dan je van een schildpad zou verwachten. Uiteindelijk geeft hij ons op en gaat hij een groene plant te lijf.

Ooit schrok ik tijdens een ruige bergtocht in Oost-Turkije van een kletterend lawaai dat van de helling op me af kwam. Het klonk als een lawine. Ik was alleen en beducht op gevaar. Het bleken twee grote landschildpadden te zijn, die hals over kop door een stenige beekbedding rolden. Klabang! Hun schilden konden het hebben, maar degene die op zijn rug belandde, zou uitdrogen of gepakt worden door de hoog boven me cirkelende lammergier. Ik tilde het hulpeloze dier op, om hem om te draaien, en kreeg als dank een spuit stinkende drab over mijn broek.