Op stap met de vogelaar

Rob Bijlsma weegt koolmeesjes. Foto Koos Dijksterhuis
Rob Bijlsma weegt koolmeesjes. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst was ik bij Rob Bijlsma, ’s lands meest ervaren vogelaar. In de zomer struint hij tien uur per dag door de bossen rond zijn schilderachtige huis. Het ligt verweg van de bebouwde kommen, de tom-tom kent het naburige bosweggetje niet. Het is opletten geblazen om het paadje naar zijn huis niet te missen.

Het huisje is sinds enige tijd omheind door hekken, met veeroosters in de doorgangen. Ook in het Drents-Friese Wold zijn runderen losgelaten. Het waren eerst Hooglanders, maar nu Hooglanders uit de mode raken, worden die vervangen door hipper vee. Langs de omheining is alle begroeiing verwijderd, omdat de paaltjes per auto werden aangevoerd. Zo ontstond er vanzelf een soort brandgang. Het schrikdraad mag ook niet met takken in aanraking komen.

De natuurveehouderij gaat gepaard met vele roosters en honderden kilometers schrik- en prikkeldraad. Als we door de afrastering zijn, verlaat Rob algauw het pad. Hij weet overal nesten te zitten: buizerds, sperwers, wespendieven, en loopt een ronde langs tientallen nestkasten met mezen of vliegenvangers. Daarbij struint hij door bos en veld, metend, wegend en noterend. Op de grond onder een hoog in een spar schemerend sperwernest liggen bruin-met-grijze veertjes.

‘Huismus’, zegt Rob. Waarom geen ander bruin vogeltje? Voor Rob is de enig denkbare verwarring die tussen huis- en ringmus. De een z’n veertjes vertoont een scherpe, de ander een flauwe scheiding tussen bruin en grijs. Huismussen leven toch niet in het bos? ‘Nee, de sperwers halen ze kilometers verderop uit het dorp.’

Terug bij zijn huis wijst Rob naar een graspol tegenover de deur. In de schaduw eronder zit een vogeltje op een nest. Zijn zwarte pet verraadt dat het een zwartkop is. Mannetje.

(Natuurdagboek Trouw 21 mei 2014)

Op stap met de vogelaar
DELEN
Tags: