Op de vlucht

IJsberen op Spitsbergen. Foto Koos Dijksterhuis
IJsberen op Spitsbergen. Foto Koos Dijksterhuis

Op de radio hoorde ik een nieuwslezer opgewekt verkondigen dat het vliegverkeer weer was hersteld tot het niveau van voor de corona-lockdowns en dat het treinverkeer was gehalveerd. Dat vliegverkeer zal naar verwachting verder toenemen, want we hebben heel wat weekjes Ibiza en weekendjes Rome in te halen. Bovendien hebben we een vlucht naar de zon wel verdiend na onze ontberingen. Twee jaar in eigen land op vakantie; wat een lijdensweg!

Ik ben niet voor een verbod op vliegen. Zelf vlieg ik wel eens, maar nooit onbekommerd. Op vakantie ga ik al jaren met de trein, als vergt dat een ingewikkelde boeking en kost het vijf keer zoveel als vliegen. De tijd die de trein kost valt trouwens mee; ik reisde in één dag naar Madrid en in anderhalve dag naar de Adriatische Zee, waar de conducteur me wekte met een kop koffie.

Mocht de prijsverhouding omgedraaid worden, zul je eens zien hoe snel de trein het vliegtuig verdringt. Maar zolang de trein omslachtig en duur blijft, terwijl het vliegverkeer staatssteun geniet, zal er niets veranderen, hoeveel calvinistische vingers er ook geheven worden. Mijn individuele gedrag heeft geen invloed, behalve op mijn geweten.

Mijn laatste vlucht maakte ik vier jaar geleden: een Trouwlezersreis naar Roemenië. Daarna zou ik nog een lezersreis begeleiden naar Spitsbergen. Ik keek ernaar uit en boekte ook voor mijn kinderen. Maar de reis werd twee keer een jaar uitgesteld. Hij gaat nu eindelijk door, de eerste week van juli varen we door de ijsschotsen in de midzomerdageraad. IJsberen, walvissen, walrussen, rendieren, ivoormeeuwen, roodkeelduikers, toendrabloemen. Mijn achtste poolreis; ik doe niets liever.

Dat wordt mijn laatste Trouwlezersreis naar Spitsbergen. Voortaan wil ik alleen nog reizen begeleiden naar plekken die in hooguit anderhalve dag per trein bereikbaar zijn. Wie toch vliegt moet het zelf weten, maar ik neem dan de trein.

(Natuurdagboek Trouw maandag 2 mei ’22)