Onwaarschijnlijke tjiftjaf

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis
Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

En jawel hoor, het was weer raak zoals bijna elke winter. In januari al vertelde iemand me dat ze een tjiftjaf hoorde zingen. Een tjiftjaf in januari is minder kras dan een koekoek, want een klein aantal tjiftjaffen overwintert in Nederland. En waarom zou zo’n winterse tjif niet vast zijn lied aanheffen?

Tjiftjaffen zijn net als koekoeken de vleesgeworden onomatopeeën – hun namen althans. Ze zijn genoemd naar hun geluid. Grutto en kievit zijn ook voorbeelden van vogels die hun naam roepen, niet omdat ze zichzelf willen tegenkomen, maar omdat ze naar hun zang of roep genoemd zijn. Ik denk dat kneu, keep en kauw ook naar hun geluid genoemd zijn, maar bij koekoek en tjiftjaf is dat het klip-en-klaarst. Een koekoek roept ‘koekoek’ en een tjiftjaf zingt ‘tjiftjaf’.

Als de tjiftjafmannetjes eind maart en begin april uit het zuiden gearriveerd zijn, beginnen ze als gekken hun naam te herhalen, zodat ze, indien er een vrouwtje arriveert, niet over het hoofd gehoord worden.

Deze winter waren de koolmezen niet stil te krijgen en koolmezen hebben een breed repertoire. Hun favoriete uiting is echter wel een herhaalde tweeklank, waarvan de tweede wat lager is dan de eerste. Soms lijkt dat sprekend op ‘tjiftjaf’.

Enfin, misschien had ze een zeldzame wintertjiftjaf gehoord, die ook nog eens heel vroeg aan het zingen was, een tjiftjaf die het Engelse spreekwoord the early bird catches the worm serieus nam. Misschien hoorde ze ook wel een koolmees die ‘tjiftjaf’ riep.

Een keer kreeg ik bericht van iemand die in de zomer een klapekster in de tuin meende te zien. Een klapekster is een zeldzame wintergast die op de hei leeft. Er zat een foto bij van een onscherpe witte kwikstaart. Ik vind het lastig om op zulke meldingen te reageren. Ik gun ieder zíjn of haar leuke waarneming, hoe onwaarschijnlijk ook. Moet ik de waarnemer feliciteren, of – betweterig – uit de droom halen? Wat zou u doen?

(Natuurdagboek Trouw woensdag 9 februari ’22)