Onnederlands mooi

Het platteland, foto Koos Dijksterhuis
Het platteland, foto Koos Dijksterhuis

Ieder volk krijgt het landschap dat het verdient. Nederland is qua landschap kleinschalig en afwisselend. Bedrijventerreinen, nieuwbouwwijken, afgravingen, hoogspanningsmasten en bouwputten wisselen elkaar af. De landerijen bestaan uit met onkruidverdelger gesteriliseerde zandvlakten en reuzenbiljartlakens. Er staan monumentale boerderijen, maar meestal zijn ze verstopt tussen stallen van golfplaat.

Wat mooi is, stoppen we weg. Kunst – we bergen het op in depots. Landschap – het mag wat kosten als het maar lelijk wordt. Bomen weg, wegen breed, sloten dicht. Hier en daar mogen restjes cultuurland en plukjes natuur blijven, als ze maar niks kosten. Staan er bomen in de weg? Kappen! Honderden woudreuzen in Amelisweerd staan in de weg. De laatste bezuinigingen rekken hun leven nog even. Maar niet lang. We vinden wachttijden best, maar alleen in de zorg, niet op de A27.

Het afwisselende, onder mensen populairste landschap is half-open, met houtwallen, bosranden, water en reliëf. Dat landschap hebben we in een halve eeuw tijd grotendeels opgeruimd, rechtgetrokken en platgewalst. Ontdekken we een hoekje dat aan de ontwateraars en verkavelaars is ontsnapt, vinden we het ‘onnederlands’ mooi. ‘Het lijkt hier wel Frankrijk’, zeggen we ontroerd, of Engeland, Zweden, Ierland, de Ardennen.

In de meeste West-Europese landen weten mensen voortvarend hun leefomgeving te verlelijken, maar veel mensen zijn er toch een beetje trots op hun landschap. Dat is in Nederland een gepasseerd station. In Nederland noemen we het landschap zelfs plat. Dat was het niet, we hebben het land plat gemaakt en denken nu dat het zo hoort. Nederland is nou eenmaal vol en druk, denken we, voor rust en ruimte gaan we wel naar het buitenland. Over de brede A27.

( Natuurdagboek Trouw 18 feb. 2013 )