Onder de beuken van Lockhorst

Dode beuk met zwammen en mos, foto Koos Dijksterhuis

Om 2 uur moet ik in Amersfoort zijn en om 5 uur weer. De tussentijd kan ik bekenden opzoeken, klaascadeautjes kopen in de binnenstad of het bos in. De zon schijnt, het is zacht, ik kies bos. Ik fiets langs het oude Pon-spoorwegje (waarvan het talud hazelwormen huisvestte, tot het geasfalteerd werd) naar het Lockhorsterbos. Dat ligt klem tussen het enkelspoor, de Heiligenbergerbeek en de A-28.

Het meet acht hectare en is sinds de laatste keer dat ik er was gepromoveerd tot Utrechts Landschap. Hoelang zou het geleden zijn, de laatste keer dat ik er was? Ik ben geboren en bijna achttien jaar getogen in Amersfoort, dit wordt een nostalgische fietstocht. Deel 1: Lockhorst. Het bos ziet er zo uit als ik me herrinner, alleen met meer dode en gevallen woudreuzen. Het is een bosje op leeftijd, met dennen, eiken en vooral beuken. Dikke bomen met helgroene algen, baardige mossen en de wereld aan paddestoelen. De zon speelt met de laatste gele herfstbladeren. Die hangen nog aan de westkant van het bosje. Gek, meestal waait het uit het westen… Of nee, deze herfst was het wekenlang oostenwind. En windstil, onder mist.

Boomklevers roepen, grote bonte spechten tjikken. Op de grond scharrelen vogeltjes tussen gevallen blad. Ik zie er één, twee, drie. Het blijken vinken te zijn. Ik ziet er meer, nog meer, steeds meer, er zijn er tientallen. Ineens snorren ze de kruinen in, kaal, op een enkel bungelend blad na. Ze hippen van tak naar tak, voortdurend met elkaar kletsend: ‘tjuptjup tjup tjuptjuptjup’. Af en toe laat er één een schelle ‘dzwiet!’ horen. Ik fiets verder naar deel 2: Den Treek.