Onbeschaamde stinkzwam

Stinkzwam, © Lucas Lauxen

Eén van de onbeschaamdste paddestoelen is de grote stinkzwam. Een grote stinkzwam barst in de zomer of herfst uit zijn duivelsei of heksenei. Hij zwelt in enkele uren op tot een schacht met een zwarte hoed. Om met drs. P. te spreken: dan wordt het opgetogen wakker, dan gaat het staan. Het is geen wonder dat mensen deze zwam ooit Phallus impudicus noemden. Aan de top van de hoed zit zelfs een kleine opening, als een plasgaatje. Het zwarte op de hoed blijkt bij nadere beschouwing olijfgroen te zijn. Het is een stroperig goedje dat een zoetig ranzige lijkenlucht verspreidt. Daarop komen aaskevers en vliegen af. Die likken de hoed schoon en nemen na de maaltijd stinkzwamsporen mee aan hun snuiten en poten. De schoongelikte stinkzwam heeft zijn sporen dan nagelaten en verdiend. Zijn hoed is wit geworden, en er komt een honingraat-achtig patroon aan het licht, dat een beetje aan de hoed van morieljes doet denken. Dezer dagen zijn die witte stinkzwammen overal in het bos te vinden, terwijl er niet zoveel verse, ongelikte hoeden meer zijn. De voorheen zo fiere rakkers hangen er verslapt bij, beschaamd misschien zelfs. De paddestoelen zijn dit jaar vroeg met hun seizoen begonnen, maar stinkzwammen blijven zichtbaar tot de nachtvorst toeslaat. Dan verdrogen de zwellichamen en trekken ze zich terug in hun zwamvlok, het dradenweb in de strooisellaag van bladeren en dood hout.

Niet iedereen zal zin hebben in een op een fallus lijkende zwam met een naar dood en verderf riekende top. Toch eten sommige goedgelovige lieden de stinkzwam juist vanwege zijn vorm als lustopwekkend middel. Misschien een delicatesse voor liefhebbers van Zwitserse stinkkaas?