Onbekommerde flierefluiter

Spreeuw op de nok Foto Koos Dijksterhuis
Spreeuw op de nok. Foto Koos Dijksterhuis

De dagen lengen en de vogels lijken dat te merken. Ik hoor koolmezen roepen, heggemussen zingen, duiven koeren, en hoor van anderen dat ze merels en zelfs grote lijsters hebben gehoord.

Het was het warmste jaar sinds mensenheugenis, dat zal er wel mee te maken hebben. Maar het koelt af en er kan nog een boel sneeuw en ijs komen. Sommige vogels laten zich niet door de winter van hun stuk brengen en blijven goedgemutst. Winterkoninkjes doen hun naam eer aan en ook roodborstjes houden ’s winters hun rivalen op afstand door te zingen. Toch klinken roodborstjes en winterkoninkjes niet innig tevreden. Ze zingen eerder dwangmatig door, weer of geen weer.

Nee, er is maar één vogel die echt vanwege zijn goede humeur zingt: de spreeuw. De kerkvader der natuurbescherming Jac. P. Thijsse stempelde een naamplaatje in zijn boeken met daarop een afbeelding van spreeuwen en de toevoeging: “ombekommerd”. En onbekommerd zijn spreeuwen!

Ook nu, in de donkerste week van het jaar, hoor ik spreeuwengezang; vooral in de stad. Het is geen luid lied, hoewel spreeuwen heel luid kunnen zingen, nee, in de winter zingen spreeuwen ingetogen. Je hoort ze zomaar over het hoofd, ze komen nauwelijks boven het verkeerslawaai uit. Maar als je oplet, kun je zelfs op de somberste, miezerigste dag midden in de stad een spreeuw horen. Die zit dan ergens op een nok of in een boomkruin voor zich uit te neuriën. Spreeuwen worden verdreven uit bossen en boerenland, maar die zanger op het dak kunnen ze niks maken, hij heeft het naar z’n zin.

Zulke blije metgezellen, zulke vrolijke flierefluiters; laten we zuinig op ze zijn! Laten we onze tuinen niet meer betegelen, onze dakpannen niet meer dichtsmeren. Laten we onze kliekjes weer op het gras gooien en laten we vooral stoppen met vergif tegen slakken, vlooien en onkruid. Zodat we die onbekommerde spreeuwen in de buurt houden.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 30 dec. 2016)