Oer(d)labyrint

Cirkel Driehuis. Foto Koos Dijksterhuis

Zo’n perfecte cirkel in het gras (foto) moet haast wel het werk zijn van buitenaardse intelligenties. Want iedereen weet dat buitenaardse intelligenties de aarde markeren met mysterieuze cirkels in graan of gras of zand. Wat ze daarmee willen is een even groot raadsel als alles van die buitenaardse intelligenties. Ze krijgen er in ieder geval veel aardse publiciteit mee, misschien is dat wel hun doel.

Laatst nog, eind oktober, werd een cirkel ontdekt op het Oerd, de oostpunt van Ameland. Het was zelfs een labyrint van ronde vormen, kunstig gemaakt. Daar zat beslist een intelligentie achter, en gezien de overeenkomst die het labyrint vertoonde met vijfduizend jaar oude, Kretenzische labyrinten in Mediterrane opgravingen, moesten er haast wel buitenaardse intelligenties achter zitten.

Helaas heeft Jeanne Lendfers uit Waddinxveen begin december verklapt dat zij het buitenaardse oerlabyrint eigenhandig maakte. Hè, weer een mysterie minder. De graancirkels die van tijd tot tijd opduiken zijn ook grotendeels geclaimd door aardse stervelingen.

Sinds ik kinderen heb, kan ik me tijdens vakanties op Schiermonnikoog schaamteloos storten op het graven en bouwen van poelen, kanalen, dijken, watervallen, kastelen en bergen op het strand. Het besef dat de vloed het zware handwerk weer teniet zal doen, maakt het niet minder leuk. Integendeel, het gaat juist om het scheppen zelf. Graven is fysiek zwaar, wat voldoening geeft. Wroeten in het zand is bovendien rustgevend en brengt de maalstroom van gedachten tot bedaren. Je maakt iets moois en scheppend bezig zijn is altijd zeer bevredigend, zoals iedere kunstenaar zal beamen.

Jaren geleden kwam ik op het strand aan de praat met een man die ingenieur bleek te zijn. We stonden op de punt van een drooggevallen zandbank. Aan onze voeten stroomde woest een binnenzee naar zee, door een smalle geul langs een loodrecht uitgesleten, perfect gekromde oever. Tijdens het gesprek keek de ingenieur telkens verlangend naar het water. Dat dacht ik tenminste, want zelf keek ik er ook telkens verlangend naar. We stelden ons onder andere de retorische vraag wat kinderen zich nog meer konden wensen dan zon, zee en zand. Ik zei: ‘je zou haast zelf….’ Hij lachte en antwoordde: ‘waarom niet?’ We zegen door de knieën en maakten met handen en onderarmen een dam van zand. De dam was niet te houden maar dat gaf niks. We kwamen vaker op het strand en namen grote batsen mee, schoppen, waarmee je heel wat meer bergen kon verzetten dan met die breekbare strandschepjes. Zijn en mijn kinderen vonden het prachtig en hielpen. Vele andere kinderen deden mee. Als mijn kinderen groot zijn, zal ik op kleinkinderen moeten wachten voor ik weer ongegeneerd de schop ter hand kan nemen.

Oerlabyrint-schepper Lendfers vertelde Persbureau Ameland dat ze haar labyrint verrijkte met kleibrokken die ze van de kwelderrand meesleepte. Zij vond het ritme van ‘lopen – buigen – kleiklont rapen – lopen – buigen – kleiklont leggen’  rustgevend. Gravend en zeulend kwam ze zelfs dichtbij wat ze ‘de bron van rust’ noemt. Het woord labyrint zou volgens haar ontstaan kunnen zijn uit het Latijnse labor intus: innerlijk werk. ‘Nu kerken niet meer vrij toegankelijk zijn’, zei ze, ‘en heilige plaatsen in Nederland er meestal doods bijliggen, zoek ik mijn heil in het zelf scheppen van de plek en de sfeer die ik nodig heb.’

Mijn bouwwerken van strandzand zijn beslist geen heilige plaatsen. Wel zijn ze vaak cirkelvormig, hoewel ik ook vierkanten, rechthoeken en ovalen niet schuw. Laatst vond ik een perfecte cirkel (foto). Wat denkt u: van buitenaardse intelligenties?