Nuttige en schadelijke dieren

Wesp dient wespendief tot voedsel, © Koos Dijksterhuis

Insecten die insecten eten, werden vroeger nuttig genoemd. Tegenwoordig hoor je zelden nog iemand de dieren onderverdelen in nuttig en schadelijk, terwijl insectenetende insecten nu benut worden als gewasbeschermer. Biologische bestrijding heet dat, wat niets te maken heeft met biologische oorlogsvoering. Het woord biologisch wordt op vele manieren gebruikt. Zo is biologische landbouw, kortweg bio-landbouw, het tegenovergestelde van bio-industrie. Om hun ideeën te verduidelijken, verzinnen mensen soms de onduidelijkste formuleringen.

Neem nou nuttige en schadelijke dieren. Sinds mijn overgrootvader zijn boerenbedrijf failliet liet gaan, bedreven wij geen landbouw meer, en hadden we meer last van wespen dan van coloradokevers, bladhaantjes of koolwitjes. Koolwitjes vonden we leuk. Het kwam niet in ons op ze schadelijk te noemen. Wespen waren schadelijk, want hinderlijk. Muggen ook. Van wespendieven hadden we nooit gehoord, maar die hadden we zeker nuttig gevonden, omdat ze wespen aten. Misschien waren we wespen zelfs nuttig gaan vinden, omdat ze de nuttige wespendieven tot voedsel dienden. Zo vonden we zwaluwen nuttig omdat ze muggen aten en muggen omdat ze zwaluwen voedden. Dieren konden nu eens nuttig, dan weer schadelijk zijn. Mieren waren schadelijk in huis maar nuttig in het bos.

Nutteloos was geen categorie in onze systematiek van het dierenrijk. Onschadelijk ook niet. Een dier was nuttig of schadelijk, er was geen tussenweg. Misschien had dat met het geloof te maken: God was goed, de Duivel slecht, het was het één of het ander. Intussen hebben de meesten de Duivel afgeschaft, straffeloos. En over nuttige dieren hoor je haast niemand meer. Behalve mijn zoontje laatst:

Mijn zoontje vroeg, hij is nog klein: hoe kan een lastdier nuttig zijn?