Nonnetjes met gat

Nonnetjes, © K. Dijksterhuis

Het miezert op het strand bij Bloemendaal. Toch is het er prettig. De hoge duinen houden de oostenwind tegen. Er zijn verrassend veel mensen, met of zonder hond. Er komen steeds meer mensen als de zondag vordert. Zondag wandeldag. Ook peddelen kanovaarders voorbij. We maken een praatje met een hardloper. Hij zegt dat het zo lekker rustig is vandaag. Haast geen mensen. Ik ben qua mensenmassa’s verwend in Groningen en op Schiermonnikoog.

Er vliegt een drieteenstrandloper af, er vliegt een drieteenstrandloper aan, er vliegt er weer een af en na een tijdje strijkt er zelfs een neer. Er liggen losgeslagen zwaardscheden. Tussen twee mensen met honden door peutert de neergestreken strandloper gauw zijn snaveltje vol. Daarna laat hij de schelpdieren liggen voor de zilvermeeuwen die minder bang zijn voor wandelaars en honden.

In het zand liggen meer schelpen dan zwaardscheden. Vooral stevige strandschelpen, zaagjes en nonnetjes. Sommige schelpen zijn doorboord. Een piepklein kogelgaatje verraadt dat ze te grazen zijn genomen door een tepelhoren. Dat is een slak in een bolrond slakkenhuis. Hij heeft een rauwe tong, niet van te veel snoep, maar om mee te raspen. Hij gaat op een schelpdier zitten dat zich potdicht houdt. Met zijn rauwe tong raspt hij een gaatje door de schelp. Daar kan hij uren over doen, tepelhorens zijn meesters in geduld oefenen. Is het kalk doorboord, dan slurpt hij het schelpdier leeg. Ik heb veel schelpsoorten met tepelhorengaten gevonden, soms ook tepelhorens zelf. Maar vaak zijn nonnetjes de klos, misschien omdat de schelpen niet dik zijn. Nonnetjes zijn vaak roze of geel en met die gaatjes zijn ze ideaal voor het rijgen van kleurige kettingen.