Nonnetje, de kleine zaagbek

Nonnetje. Foto Jeanette Essink
Nonnetje. Foto Jeanette Essink

Schreef ik laatst dat ik de pijlstaart misschien wel de allermooiste eend vond? Dan vergat ik het nonnetje. Nonnetjes zijn kleine eendjes, sneeuwwit met gitzwart. Ze zijn de kluten onder de eenden. De woerden dan. De vrouwtjes zijn grijs met een bruine kop en lichte wangen.

Nonnetjes broeden in holle bomen in de naaldwouden van vooral Finland, Rusland en Siberië. In de winter komen ze onze kant op. Er zijn er minder dan dertig jaar geleden. Dat hoeft niet te betekenen dat het zo slecht met ze gaat. Misschien hoeven ze in de zachte winters van de laatste decennia niet zo ver naar het zuiden. Misschien kunnen ze in het Oostzee-gebied evengoed overwinteren.

Dat was vroeger wel anders. Toen de nonnetjes in januari 1977 geteld werden, lees ik in de Atlas van de Nederlandse Vogels uit 1987, dobberden er in Nederland 21 duizend rond, vooral op het IJsselmeer. Ruim twee keer zoveel als de hele geschatte winterpopulatie van Noordwest-Europa. In de strenge winter het jaar daarop waren er nog meer. Tegenwoordig worden er niet meer zoveel geteld.

Waarschijnlijk overwinteren ze vaker in de Baltische landen of Polen. Toch komen er iedere winter een paar duizend nonnetjes naar Nederland. Deze winter misschien wel meer, nu het zo koud is in Polen.

Nonnetjes zijn zaagbekken. Dat is een familie van eenden, die uitstekend onder water kunnen zwemmen en een duik lang volhouden. Door helder water zwemmen ze achter vis aan. Om grip te krijgen op die glibberige visjes, hebben ze een gekartelde snavel met een haakje. Aan die gekartelde snavel danken ze hun naam. Er is een grote zaagbek en een middelste zaagbek. De kleine zaagbek heet nonnetje.

(Natuurdagboek Trouw maandag 11 jan. 2016)

Nonnetje, de kleine zaagbek
DELEN