Niet te pruimen bessen

Meidoornbessen. Foto Koos Dijksterhuis
Meidoornbessen. Foto Koos Dijksterhuis

Rond 50 voor Christus hadden de Romeinen heel Gallië veroverd. Heel Gallië? Nee, Bretagne bood nog even verzet. Ook de volkeren die tussen Maas en Rijn woonden knokten tegen de Romeinen. Die brachten de vechtjassen beschaving bij door ze uit te roeien. Dat was zwaar werk, vooral doordat de veldtochten buiten de gebaande paden gingen. Kwamen de Bataven dobberend op de Rijn de Nederlanden binnen, Caesar en diens opvolgers lieten de Rijn rechts en de Maas links liggen. Ze reisden over land. En in dat vlakke land stuitten ze op haag na haag. Die hagen hielden vee binnen en roofdieren buiten. Een haag van mei-, slee- en andere doorns is niet door te komen. De Romeinse tuniekjes werden aan flarden gescheurd. Dat schoot niet op. Toch is het ze gelukt de wildebrassen uit te schakelen.

Dat mei- en sleedoorns niet door te komen zijn, weten zangvogels ook. Nu de doornstruiken en –bomen hun blad verliezen, komen er nestjes aan het licht. Merelnesten, staartmezennesten, winterkoningnesten. Maar eerst vallen de meidoornbessen en sleedoornpruimen op. Die laatste zijn zo bitter dat uw mond er naar binnen van zou slaan, maar als er een stevige nachtvorst overheen is geweest, zijn ze minder bitter. Dan maken ze bij wijze van antivries suikers aan, en suikers smaken zoet. Toch zijn de kleine, paarse pruimpjes ook dan nog niet lekker.

Meidoornbessen zijn ook niet te pruimen. Voor vogels wel. De lijsters (merels, zanglijsters, koperwieken, kramsvogels) kunnen plotseling massaal uit Scandinavië arriveren en als een vloedgolf de struiken overspoelen en de bessen wegvagen.
Maar nu zijn de meidoornbessen nog in vol ornaat te bewonderen. Robijnrood steken ze boven de herfstnevel scherp af tegen een blauwe hemel.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 22 okt. 201)

Niet te pruimen bessen
DELEN