Niet schuwe scharrelaars met gouden hanenkam

Goudhaan m. Foto Harvey van Diek , www.harveyvandiek.nl
Goudhaan m. Foto Harvey van Diek , www.harveyvandiek.nl

Als mijn middelbare oren een goede dag hebben, hoor ik ze weleens hoog boven me in de naaldbomen. “Zie zie zie”, fluiten ze fluisterend. Met wat geluk zie ik dan een goudhaantje van top naar top oversteken. Meestal verblijven goudhaantjes in de toppen van naaldbomen. Maar soms sta ik ineens oog in oog met zo’n piepkleine scharrelaar: groenig met een gouden hanenkammetje.

In een spar. Of in een loofboom. In de struiken of zelfs in een kale heg om een tuin in een weidse omgeving waar nauwelijks bomen en al helemaal geen naaldbomen te vinden zijn. En nooit zijn die goudhaantjes bang voor me. Wel zijn ze heel beweeglijk, ze zitten geen moment stil. Ze hippen van twijg naar twijg, draaien zich abrupt om, snorren naar de volgende struik. Ze zijn met de camera niet bij te benen, het scherpstellen duurt te lang. Knap werk dus van fotograaf Harvey van Diek, die een compleet alfabet van vogels op zijn fotosite vertoont.

Goudhaantjes broeden in naaldbos maar zwerven ’s winters uit over het land. In de winter zijn er behalve de broedvogels ook nog goudhaantjes uit de Scandinavische en Russische bossen op bezoek. In de trektijd kunnen er massa’s goudhaantjes opduiken.

Op Schiermonnikoog zag ik ze in oktober een keer massaal aankomen van over zee. Voor die kleintjes – goudhaantjes zijn de kleinste vogels van Europa – is een tocht over zee een uitputtingsslag. Op het strand streken ze buiten adem neer op de eerste de beste palen, kratten en bakens die ze zagen. Ook op strandwandelaars gingen ze zitten. Die goudhaantjes uit de uitgestrekte taiga kennen geen mensen, ze zijn niet schuw en laten zich soms van vlakbij zien.

 

(Natuurdagboek Trouw maandag 14 maart 2016)