Niet-groene stinkwants

Stinkwants in herfstkleur. Foto Jeanette Essink
Stinkwants in herfstkleur. Foto Jeanette Essink

Tussen de bladeren in mijn tuin kruipt een wants weg. Het is een groene stinkwants, de gewoonste aller wantsen. Hij is alleen roodbruin, want als de bladeren krijgt de stinkwants een herfstkleur. De herfstkleurige stinkwants gaat under cover voor de winter, en hoopt in de lente weer te ontwaken. Dan zal hij of zij weer groen kleuren en, als alles volgens plan verloopt, met een soortgenoot paren. De wantsen duwen daartoe hun achtersten tegen elkaar.

Uit de eitjes die het vrouwtje legt, kruipen geen made-achtige larven, maar mini-wantsjes met zes pootjes en twee voelsprietjes. Ze zullen groeien, vervellen, verder groeien en weer vervellen, tot ze volwassen zijn. Zulke baby-insectjes noemt men geen larven, maar nimfen. Ze zijn wat ronder van vorm dan hun ouders. Hun brede schouders moeten zich nog vormen. Die zijn niet te danken aan krachttraining, brede schouders krijgen ze toch wel.

Niet dat groene stinkwantsen geen krachtpatsers zijn. Wat ze aan hoogteverschillen klimmen en aan bladeren doorboren getuigt van genoeg kracht. Ieder dier dat op eigen kracht weet te overleven, in de natuur of in de tuin, is een topatleet.

De wantsen heten stink- omdat ze een grondig luchtje kunnen verspreiden, dat mij aan herfstbladeren doet denken. Bladeren die door de wantsen aangetast worden, zouden naar hun eters gaan ruiken. Misschien kan een stinkwants aan een blaadje ruiken, of er een soortgenoot aan heeft gezeten. Zo ja, dan hoeft hij hem zelf wellicht niet meer.

Groene stinkwantsen prikken hun puntige snuit in een blad van bijvoorbeeld hazelaar en zuigen het bladsap met bladgroen en al naar binnen. Ik denk dat de insecten daardoor in de lente groen, en in de herfst roodbruin kleuren.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 2 dec. 2015)