Neushoornroof

De nephoorns zijn niet groen genoeg. Foto: Koos Dijksterhuis

Het Natuurhistorisch museum in Rotterdam heeft weer een neushoornkop, maar hij is niet helemaal naar wens. ‘Die hoorns zijn niet goed van kleur’, zegt conservator Kees Moeliker, op de neushoornreplica wijzend. De hoorns zijn groen, maar Moeliker vindt ze niet groen genoeg. ‘Ze moeten echt CDA-groen zijn.’ Zodat van een kilometer afstand te zien is: de hoorns zijn nep, namaak, waardeloos.

In de hal van van het museum wijst Moeliker op een buts in de vloer. ‘Daar kwam hij terecht.’ De hal is smal maar hoog. Een skelet van een giraf reikt tot de balustrade op de eerste verdieping. Ik tel voor de zekerheid de halswervels: ja hoor, zeven. Aan het plafond bungelen skeletten van bruinvissen. Boven de balustrade hangt een rij jachttrofeeën uit Afrika, antilopen enzo. Ze staren naar beneden. De middelste plek is leeg, op de ophangplaat na. Daaraan hing de neushoornkop tot vier maanden geleden. ‘Het is een wonder dat de giraf niet geraakt is’, zegt Moeliker. ‘Die enorme neushoornkop is er rakelings langs gesuisd.’ Ook de opgezette tijger is gemist.

Op 26 augustus ging het inbraakalarm. De politie was er na twee minuten. Te laat. De drie zware jongens sloegen hun slag in één minuut vijftig seconden. Ze sloegen de glazen deur kapot, zetten een ladder neer, sloegen de neushoorn met een moker van de muur, zaagden de twee hoorns eraf en maakten dat ze wegkwamen. Alles is gefilmd door de beveiligingscamera. ‘Behalve hun gezichten, ze droegen capuchons’, zegt Moeliker. De man met de hamer droeg een korte broek.

Engeland, Portugal, Zweden, Italië, Duitsland, Tsjechië, België, Nederland; in 2011 zijn overal in Europa neushoornhoorns gestolen uit natuurmusea. In zeventien inbraken zijn 31 hoorns gekaapt. Het museum in Hamburg raakte er zes kwijt. Het museum Naturalis in Leiden ontsprong de dans. Het heeft op tijd zijn neushoornhoorns veilig opgeborgen en nephoorns ten toon gesteld. In Lissabon zijn smokkelaars betrapt, die met neushoornhoorns onderweg waren naar Ierland. De Rotterdamse hoorns zaten er niet bij. Waarschijnlijk verzamelen Ierse criminelen de hoorns, om ze naar Azië te exporteren.

Het is voor dieven en smokkelaars blijkbaar gemakkelijker en goedkoper om hoorns van neushoorns uit natuurmusea te stelen dan uit Afrikaanse natuurreservaten, waar stropers te maken kunnen krijgen met zwaarbewapende boswachters. Neushoornhoorns worden verwerkt tot een lust-opwekkend middel voor Chinese mannen. De uit Rotterdam gestolen hoorns waren echt, maar ze zaten op een nagemaakte kop. Er stond een bordje bij: replica. Maar er zijn al meer namaakhoorns gestolen, weten de dieven veel. En vermoedelijk merken de lustige Chinezen het verschil ook niet. Als nephoorn evenzeer de lust opwekt als echte hoorn, stel ik voor dat louter nephoorn wordt gebruikt. Of koeienhoorn, voor de gelegenheid desgewenst stierenhoorn genoemd.

Antroposofische tuinders kennen de potentie van koeienhoorn. Ze begraven een hoorn, gevuld met een urenlang geroerd mestpreparaat, waarna de hoorn kosmische krachten verzamelt. Dat zal Chinese mannen vast aanspreken. Hier gloort een gat in de lustopwekkende markt! Dan kunnen musea echte neushoornhoorns laten zien,  krijgen mannen goede zin en hebben veehouders er een mooi export-artikel bij.

De kop van de witte neushoorn heeft negentien jaar in het Natuurmuseum gehangen. Hij was in 1992 door de douane onderschept in de haven van Rotterdam. De kop bleek van polyesther te zijn, maar de hoorns waren echt. Nu zijn ook de hoorns van kunststof. Ze moeten alleen nog wat groener, maar in het nieuwe jaar kan de kop weer tussen de antilopen aan de wand.