Nazomerzang van de tjiftjaf

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis
Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn tuin, in parken en in bossen hoor ik tjiftjaffen zingen. Als er één vogel is die zijn naam zingt, is het wel de tjiftjaf. Eindeloos herhaalt ie het weinig melodieuze: ‘tjif, tjaf!’ In Engeland zingen ze het iets anders, namelijk: ‘chiff, chaff’.

Na hun zomerse zwijgen valt mij het lenteachtige name dropping van de tjiffen nogal op. Waarschijnlijk zijn er tjiftjaffen uit noordelijke en oostelijke bossen gearriveerd, en strijken ze in nazomerend Nederland even neer, om op doorreis naar hun winterverblijven op krachten te komen. Zulke kleine vogels moeten dagelijks eten, zeker als ze op reis zijn. Maar ook als ze op krachten komen, zijn het druktemakers. Tjiftjaffen zijn een van die grijs-groen-bruine zangvogeltjes die geen moment stil zitten en die nauwelijks zichtbaarder dan een ritselend blaadje door de boomkruinen schieten. Tenzij ze hun naam scanderen; dan wil zo’n mannetjestjif nog wel eens op het puntje van een tak blijven zitten.

De nieuwkomers uit Zweden en Polen zingen op tegen elkaar en tegen de plaatselijke broedvogels, voor zover die nog thuis zijn. Die thuisblijvers zullen dan ook om het hardst roepen om die gelukszoekers uit verre landen in te peperen dat zij er eerder waren en de oudste rechten hebben. Maar nog even en al die roepende tjiffen trekken zuidwaarts. Niet tot in de woestijn; tjiftjaffen overwinteren rond de Middellandse Zee, net als Nederlandse pensionado’s van wie sommigen er misschien geen idee van hebben dat het koddige vogeltje op het balkon aan de costa laatst nog thuis in hun tuin zat.

Als de tjiftjaffen eind september en begin oktober nog even aan het zingen gaan, is de daglengte vergelijkbaar met die in maart, als ze zich net melden voor het nieuwe broedseizoen. Het zou kunnen dat tjiftjaffen die daglengte zo associëren met de lente, dat ze ook daarom gaan zingen.

(Natuurdagboek Trouw maandag 2 okt. 2017)

Nazomerzang van de tjiftjaf
DELEN