Natuur als attractie

Toeristische infrastructuur op Schier, © K. Dijksterhuis

Vanuit het dorp op Schiermonnikoog leiden twee verharde wegen naar het strand. De strandovergangen liggen met hun horeca bij paal 3.4 en paal 6.6. Ergens tussen die twee plekken in is een strandovergang die alleen voor fietsers en voetgangers bereikbaar is. Je moet bovendien een vochtig stuk strand over glibberen om het witte zand aan zee te bereiken. Die kleine inspanning werkt als publieksfilter – alleen gemotiveerden wagen zich daar. Houen zo, zou je denken, laat de meute zich vermaken bij beide mini-zandvoortjes. Maar nee, Natuurmonumenten heeft er twee parkeerplaatsen voor fietsen aangelegd, de bouwkeet staat er nog. De hekwerken waar fietsen tegen kunnen leunen en de keet zijn door trekkers of terreinwagens aangesleept, de duinen zijn er stukgereden. Er is een voorlichtingspaneel geplaatst, er staat een zitbank.

Het is een klein, maar typerend voorbeeld van het moderne natuurbeheer. Recreatie staat voorop. De natuur is er als gratis attractie. Ik vind de natuur ook fijn om te zijn en ze hoeven van mij niet alles af te sluiten, maar in de natuur moet natuur voorop staan, niet recreatie. Vergelijk het met historische binnensteden. Die zijn ook in trek bij toeristen. Moet je voor hen een deel van de grachtengordel platwalsen tot parkeerterrein? Nee, je moet auto’s er juist ontmoedigen. Zo is het in de natuur ook. Dat een gemeente in het stadspark bankjes neerzet, best. Maar dat een natuurbeschermingsorganisatie infrastructuur gaat aanleggen, zodra ergens mensen verschijnen, en daarmee nog meer mensen lokt, nou nee. Volgens het beheer- en inrichtingsplan van het Nationaal Park moet Natuurmonumenten ruimte bieden voor toerisme in de zone die daarvoor is bestemd. Laat paal 5 alsjeblieft buiten die zone.