Natte voeten in Drenthe

Buizerd. Foto Ben Bokeh
Buizerd. Foto Ben Bokeh

Met drie gasten uit Amsterdam loop ik een ronde door het stroomgebied van de Drentse A. We wandelen door de hoger gelegen bossen en heiden, maar ook door de zompige beekdalen. Het heeft veel geregend en behalve frisse neuzen halen we natte voeten. Het voordeel van de nattigheid is dat we haast geen mens tegenkomen, ook al is het zondagmiddag.

In de modder vinden we reeënsporen, maar geen ree laat zich zien. De orchideeën die in juni de oeverlanden opfleuren zijn nu ook afwezig, evenals de beekjuffers, en de wielewalen die hier ’s zomers diedeljoën.

Nu behelpen wij ons met een koekoeksbloem die heldhaftig doorbloeit, met een enkele paddestoel, een paar hulstbessen en met de frisse blaadjes van reeds uitbottende kamperfoelie. Ook vogelmuur komt al op alsof het lente is.

Tjuppende vinken en kwetterende mezen worden overstemd door het getjik van een grote bonte specht, die op een knoestige eik inhakt. Zijn zwart-witte (bonte) verenkleed verhult zijn vuurrode bips niet.

Boven in een elzenbosje hangt een groep sijzen rond, zacht keuvelend, zaden zoekend en soms met hun allen even rondzwermend. Ze zijn geelgroen als groenlingen, maar hebben een andere tekening, zijn wat kleiner en praten zachter dan hun neven.

Aan de overkant van een grasland zit op de grond tegen de bosrand een wit met bruin beest. Het dier vliegt op en neemt plaats op een uit het bos stekende tak. Mijn verrekijker gaat rond en iedereen zegt ‘mooi!’ Het is een buizerd, een grote roofvogel, die naar muizen loert. Buizerds zijn algemene broedvogels in ons land, en nu zijn er ook nog veel wintergasten uit Scandinavië op bezoek. Buizerds variëren in kleur van bijna zwart tot bijna wit, en deze is nogal wit, wat hem op deze druilerige, donkere dag toch zichtbaar maakt.

Geleidelijk verdicht de vochtige lucht zich tot een neerdwarrelende nevel, die overgaat in motregen. Wij wijken uit naar café De Drentse A.

(Natuurdagboek Trouw maandag 30 december ’19)