Nachtegalen en wielewalen

Wielewaal (m.), Foto Harvey van Diek
Wielewaal (m.), Foto Harvey van Diek

We waren een week in Polen, schreef ik vrijdag al. We zijn vier mannen, van wie één de andere drie tracteerde ter ere van zijn vijftigjarig bestaan. De eerste nacht zongen er continu nachtegalen. In Polen zijn dat Noordse nachtegalen, die zingen uit nog vollere borst dan de onze. Wij hebben trouwens nauwelijks nachtegalen vergeleken met Polen (of andere landen). Overdag zongen de hele dag overal wielewalen. Diedeljoho! We zagen twee wielewaalmannetjes bakkeleien in de zon. Wat een gele, wat een ontzettend gele buiken! Er zijn in Polen nog veel meer vogels (en bloemen) die wij afgeschaft hebben in ruil voor steriele weilanden met van drijfmest doordrenkt Engels raaigras en mais. Daar hebben we veel subsidie voor over, de sterilisering van ons landschap. In Polen hebben ze de vaart der volkeren nu ook ontdekt, dankzij Europese fondsen. Ik was er tien jaar geleden eveneens in mei en toen was het platteland er een enorme bloemenzee vol grauwe gorzen en veldleeuweriken. Nu zien we slechts één grauwe gors. Veldleeuweriken zien en horen we meer, maar lang niet zoveel als eerst. De tarwevelden ruiken naar chemicaliën. Nog koestert elk dorp zijn ooievaars, nog gonst de nacht van boomkikkers, maar hoelang nog? Nachtegalen en wielewalen laten zich niet zomaar verdrijven. Daarvoor is een rigoureus landbouwbeleid nodig met ruilverkaveling, schaalvergroting, ontwatering, egalisering, bemesting en chemische bestrijding van alles behalve het gewas. In Nederland hebben we dat gretig toegepast, andere landen zijn er minder fanatiek in. Maar als er Europese subsidie mee te vangen valt, is Polen er als de kippen bij het landschap te moderniseren. Over tien jaar ga ik weer in mei…

(Natuurdagboek Trouw 21 mei 2013)