Mussentrio

Mannetje huismus wacht op de kast. Foto Koos Dijksterhuis
Mannetje huismus wacht op de kast. Foto Koos Dijksterhuis

Intussen is het tropisch warm, maar afgelopen week hebben wind en regen ons getart op Schiermonnikoog. De kruimels en klokhuizen vinden er gretig aftrek onder de zangvogels, die bij ons huisje drommen alsof het winter is.

Heggemussen, koolmezen en roodborstjes blijken gek te zijn op croissant, al staan ze nog zo bekend als insecteneters. De families putter en kneu eten liever zuringzaden op het beschutte grasveld. Een ringmus neemt een kijkje – ringmussen zijn schaars op Schier. Vorig jaar zag ik hier ringmussen nestelen, nu zie ik één ringmus die niet nestelt.

De huismussen zijn des te drukker bezig met hun nest. Huismussen broeden sinds vorig jaar in de nestkast. Het heeft jaren geduurd voor ze ons erf als vogelparadijs ontdekten, maar nu zijn ze niet meer weg te branden.

Terwijl ik dit typ, vliegen ze af en aan. In de kast sperren vijf babymusjes hun snavels open. De ouders fladderen tussen de adderwortels en koekoeksbloemen, of scharrelen door de eiken en iepen in de windsingel, en komen met een snavel vol insecten aanzetten. Ze wachten soms even op de kast tot hun partner eruit is. Terwijl het mannetje wacht, zie ik tot mijn verrassing een ander mannetje de kast verlaten.

Later ploffen er vier volwassen mussen tussen de kruimels. Twee mannetjes, twee vrouwtjes. Zouden ze allevier dat broedsel voeren? Het lijkt erop dat minstens één vrouw en twee mannen het nest delen. Zou die man een jong zijn uit de eerste leg? Jonge mussen beginnen gauw na uitkomst te ruien, maar nu al een volwassen verenkleed lijkt me te snel. Misschien een meehelpend jong van vorig jaar? Of anders een polyandrisch trio. Wie weet?

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 30 juni 2015)

Mussentrio
DELEN