Mussengetjilp en veel meer lente

Huismussen, © K. Dijksterhuis

Zaterdag stond in deze krant dat het een uitgelezen dag was voor citroenvlinders en kleine vossen. We liepen een eind door de zon en prompt fladderden de citroenvlinders en kleine vossen ons om de oren. Op een dode distel zong een roodborsttapuit uit volle, oranjerode borst. Zijn vrouwtje bleef in de buurt. De eerste dagpauwogen worden gezien. Hommels, honingbijen, zandbijen, vliegen en muggen komen te voorschijn. Je kunt het speenkruid en klein hoefblad bijkans zien ontluiken. De tjiftjaffen zijn gearriveerd. In een week tijd trekt hun hoofdmacht van Zuid- naar Noord-Nederland. Ooievaars maken zich op voor een geboortegolf. Zelfs in het Vondelpark broeden ze. Dat doen ze al een paar jaar, maar het blijft spectaculair om ze tussen de meeuwen, roeken, duiven en parkieten te zien cirkelen. Op Amsterdamse daken giechelen en gieren zilvermeeuwen. Het dak is een veilig broedterrein voor ze, zonder honden, katten en mensen. En het voedsel ligt om de hoek: vuilnis bij de vleet.

Ook de mussen zijn actief. Waar mussen zijn, is het een getjilp van jewelste. Dat getjilp is lang zo luid niet als het geschreeuw van zilvermeeuwen. Mussengetjilp is de vleesgeworden gezelligheid, al maken ze onderling ongetwijfeld veel ruzie.

© J.A. Leideritz

Wie nog een tuin heeft met planten en struiken, een dak met pannen, een muur met klimop, een tafellaken met kruimels, die kan wekenlang genieten van huismussen met de lente in hun kopje. In het Noord-Hollandse Andijk heeft stichting De Witte Mus een mussenparadijs ingericht. Op www.stichtingwittemus.nl is te lezen hoe u mussen kunt paaien. Er moeten ook opnamen te zien zijn van een mussennest, maar daarvoor blijk ik als computersukkel vaak de vereiste programma’s te missen.