Mussen, mezen, merels, spreeuwen!

Spreeuw op het dak Foto Koos Dijksterhuis
Spreeuw op het dak Foto Koos Dijksterhuis

Ineens leeft mijn tuin weer van de vogels. Kool- en pimpelmezen maken het restje vetbol van vorig jaar soldaat. Een roodborstje pikt de kruimels op die eerst door slakken werden gekaapt. De familie huismus stort zich op de zaden in het voederhuisje en ook de heer en mevrouw Vink zijn terug van weggeweest. De eksters vieren schouder aan schouder hun driejarig huwelijk en de kauwtjes beginnen al mos naar de dakpannen te slepen. Een Vlaamse gaai wipt langs. Verheugend zijn de maar liefst vijf merels die over het gras hippen en in de bladeren wroeten. Nog verheugender vind ik de twee spreeuwen die op de nok zitten te neuriën.

De mussen kwamen in de zomer soms even langs, op hun ronde door de buurt. De spreeuwen gingen na hun het uitvliegen van hun broedsel in mei de hort op. De eksters en kauwen zijn altijd in de buurt gebleven. De gaai is misschien een arrivé uit Scandinavië. Dat zou ook kunnen gelden voor de mezen, de vinken en de roodborst. De merels komen vrijwel zeker uit het noorden. Onze eigen merels waren massaal doodgegaan aan het usutuvirus. Hopelijk krijgen deze noorderlingen die ziekte niet. De merels zelf hebben waarschijnlijk geen weet van hun zeldzaamheid. De eerste twee die ik zag begonnen elkaar meteen de tuin uit te jagen. In mijn tuin zijn appels, er zijn wormen, er is dekking. Het is er, kortom, prettig voor vogels. Voor twee merels is het huis al te klein, toch zag ik er al vijf tegelijk. Als er verder alleen maar parkeerplekken en tegeltuinen zijn, moeten ze zich wel in die ene begroeide oase verdringen.

Ik mis de groenlingen, vorig jaar overleden aan de vogelziekte het geel. Ook de zanglijsters, de houtduiven en Turkse tortels zijn er niet. Maar die twee spreeuwen brengen met hun gepruttel de lente mee.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 8 nov. 2017)

Mussen, mezen, merels, spreeuwen!
DELEN