Mollige veldmuizen

Valken, uilen, buizerds, kiekendieven, meeuwen, reigers, ooievaars, kraaien, marters, vossen, katten; zoveel dieren eten veldmuis… Zonder veldmuizen kunnen sommige van hen nauwelijks jongen grootbrengen. Kleine vogels bijvoorbeeld hebben minder vlees op de botten dan zo’n mollige muis, die met een decimeter lengte groter is dan de gemiddelde huiskamerhamster. Een veldmuis is een hapklare brok, je kunt hem opschrokken zonder eerst te hoeven plukken. Veldmuizen vinden het niet leuk dat iedereen hen opeet. Ze leven daarom ondergronds. Hun holen liggen zo’n halve meter diep. Soms is de grond doorzeefd van veldmuizenholen. Hun gangen kunnen meters lang zijn en verbinden woon-, kraam- en voorraadkamers. Veldmuisbuurmannetjes houden afstand van elkaar. Ze zoeken in hun eentje voedsel.

Veldmuizen steken ‘s avonds hun snufferd boven de grond. Hun strooptochten duren ongeveer drie uur. Ze eten planten en zaden. Ze eten zelfs de harde sprieten van russen en natuurbeheerders zouden zuinig moeten zijn op deze kleine grazers. De knaagdiertjes vermenigvuldigen zich rap. De hele zomer wordt er gepaard. Na drie weken zwangerschap baart het vrouwtje haar jonkies, de gezinsgrootte varieert sterk, maar vijf of zes jongen per worp is gebruikelijk. Nog eens drie weken en de baby’s zijn geslachtsrijp. Een veldmuis kan vier keer per zomer werpen, dus dat gaat snel. Mits de jonge aanwinst genoeg te eten vindt. Veldmuizen zijn weg van graanresten. Met moderne oogstmachines morsen boeren geen korrel meer en wat er achterblijft wordt ondergeploegd. Veldmuizen vormen zelden nog plagen, zoals vroeger, wat vervelend is voor hun reeds opgesomde liefhebbers.

Er bestaan spitsmuizen, woelmuizen en muizen. Spistmuizen eten insecten, woelmuizen planten, muizen alles. Veldmuizen zijn woelmuizen. Ze hebben kleine oortjes en een kort, wollig staartje.