Mollen aan de wandel

Molshopen. Foto Koos Dijksterhuis
Molshopen. Foto Koos Dijksterhuis

Eindelijk begint het te lijken op lente. Hoewel, het wordt warmer en meteen is het uit met die stralende zon. Jaja, voor de bodem en de planten en de boeren is het prettig, een buitje. De grond wordt vochtig en zacht, regenwormen kruipen opwaarts uit de krochten van moeder aarde, waar ze zich voor de winter terugtrokken. Ze kruipen omhoog en de mollen volgen. Nog één keer verzetten ze bergen aarde. Daarna gaan ze niet meer zo diep en wordt de winterse uitbreiding van het molshopenarsenaal afgeremd.

Maar nu moeten we nog even de molshopen verdragen. Het is bovendien paartijd. Mollen stellen hun eenzaamheid op prijs, behalve in de paartijd. Mannetjesmollen gaan aan de wandel. Dat doen ze vaak vlak onder het maaiveld, waarbij ze een richel opwerpen en achterlaten. Zo’n mollengang aan de oppervlakte heet een mollenrit. Het mannetje gaat op stap om vrouwtjes te versieren.

Als het mannetje een vrouwtje heeft gevonden, en het is ervan gekomen, en ze wordt zwanger, neemt zij de zorg voor het nageslacht op zich. Ze bouwt, nee graaft een soort burcht, van soms wel honderden meters tunnel rond een centraal hol. Ze plempt de aarde aan, zodat de gangen stevig zijn. Het overschot aan grond wordt er bovengronds uitgewerkt: molshopen dus. Menig tuinier gruwt van die molshopen op het gras. De beste remedie is ze te negeren. En anders kunt u de molshopen weggraven, het is prima tuinaarde. Nog even en de mollen houden zich iets koester.

Mollen schijnen in verticale houding te slapen. Waarschijnlijk staan ze dan klem in een zelfgegraven schacht. Tijdens de slaap leggen ze hun graafhandjes over hun snuitje.

(Natuurdagboek Trouw 11 april 2013)