Mini-bever

Muskusrat, Foto Koos Dijksterhuis

In de sloot zag ik een V-vormige rimpeling, veroorzaakt door een harige, stompe snuit met twee hazetandjes. Het dier duikt onder, duikt weer op en krabbelt de oever op. Wat een koddig wezen!

Al voordat ze in de Biesbosch waren uitgezet, vertelden mensen mij soms geestdriftig dat ze een bever hadden gezien. Nooit zag iemand eens een muskusrat, hoewel die knaagdieren eruit zien als kleine bevers en hoewel ze met vele zijn.

Maar een muskusrat, daar maak je geen indruk mee. Terwijl muskusratten toch zo leuk zijn. Dat ze ‘rat’ heten, is slecht voor hun reputatie. Het Vlaamse ‘waterkonijn’ klinkt vriendelijker.

De muskusrat scharrelt door het gras, knaagt eens hier, snuffelt eens daar en negeert mij volkomen.

Toen ik 18 was, vond ik ’s morgens vroeg op straat een dode muskusrat. Met mijn zakmes, waarmee ik later een appel schilde, sneed ik de staart af. Die staat nog altijd in de schuur op sterk water. Het is een brede, platte zwemstaart. Niet zo breed als een beverstaart en bovendien recht plat, niet plat plat. Een muskusrat slaat er niet mee op het water, zoals een bever, maar zwiept hem heen en weer.

Net als bevers bouwen muskusratten nesten als eilandjes met onderwater-ingangen. ’s Winters huizen ze daarin. ’s Zomers graven ze een nest in de oever. Bevers doen dat ook wel, en woelratten, maar alleen bij muskusratten is het reden tot menselijke toorn en vervolging. We sparen kosten noch moeite om buitenlandse bevers uit te zetten, en tegelijk muskusratten te verdelgen. Niet dat het er minder worden, trouwens.

De muskusrat gaat te water. Zijn V-vormige rimpeling verdwijnt achter een bocht.