Milieudagboek

© Koos Dijksterhuis

De vanzelfsprekendheid waarmee natuur en milieu vaak in één adem genoemd worden… Onzin, al heeft zoals alles ook de natuur te lijden onder het milieu. Je kunt uit de rotzooi langs paden afleiden dat paprikachips in populariteit afnemen, ten gunste van cheese ‘n onion. Laatst vond ik in een bos een stapel bierflesjes – waar vind je nog flesjes? Tegenwoordig liggen de bermen vol blikjes en drinkpakjes en vooral plastic flesjes. Dat afbreekbare kunststof dat laatst in deze krant beschreven werd, lijkt een uitkomst. Ik heb zelf een keer afbreekbare vuilniszakken geprobeerd. Toen ik ze open peuterde, scheurden ze al. Het is me nooit gelukt zo’n zak met bodem en inhoud en al uit de vullesbak te tillen. Maar dit afbreekbare bioplastic gaat vast langer mee. Zou het ooit die hardnekkige plastic petflesjes vervangen?

Wat ik nooit meer in het bos vind, zijn pornoboekjes. Vroeger was er een paddestoel naar vernoemd: de pornozwam. Die groeit op oud papier en blijkt ook op reclamefolders en huis-aan-huisbladen te gedijen. Reclamefolders zijn er meer dan ooit. Toen ik vorige zomer zonder nee-sticker leefde, kon ik de aanbiedingen niet bijbenen. Na twee weken vakantie was de voordeur onbereikbaar geworden. Gek, papieren brieven schrijven we steeds minder, maar weekaanbiedingen die bij uitstek op internet te raadplegen zijn, krijgen we op meer papier dan ooit. Er wordt geen folder minder gedrukt door onze nee-stickers. Hoe meer we er plakken, des te meer folders er in de bosjes gekwakt worden. Ik vind dat we reclamefolders alleen zouden moeten toestaan, waar een ja-ja-sticker op de brievenbus zit. En anders verbieden. Daar zouden milieu en natuur allebei wat mee opschieten.