Meneer en mevrouw vink

Vink + nest. Foto Meint Mulder
Vink + nest. Foto Meint Mulder

Hoewel de stad Groningen niet wemelt van bosvogels, woont in mijn tuin een paartje vinken. Meneer vink is in de pracht van zijn leven. Knaloranje wangen en hals, grijze nek, kastanjebruine bovenrug, groene onderrug, zalmroze buik, zwarte vleugels met witte strepen… Mevrouw vink vindt hem vast onweerstaanbaar. Zelf is ze bruin, grijs en groen met eveneens witte vleugelstrepen.

Mij werd laatst gevraagd wat voor kleurrijke vogel er toch bij afzender in de tuin zat. Een ontsnapte, tropische kooivogel? Met een foto van een vink. Een vink, antwoordde ik, waarop een verbaasde reactie volgde met een teleurgestelde ondertoon: dat een gewone vink zo mooi kan zijn. Kan zijn? Is! Vinken zijn prachtig.

Samen hippen de vinken over het gras, pardon mos in mijn tuin, samen scharrelen ze door het wildernisje om zaden en jonge onkruidjes te eten, samen vliegen ze de appelboom in. Daar inspecteren ze het voederhuisje – hebben de kauwen iets overgelaten? Ze vegen zigzag-zigzag hun snavels af aan een appeltak en snorren naar het naast mijn tuin gelegen kabouterplantsoen. Daar staan hoge bomen met een ’s winters groen blijvende haag eronder van hulst, een conifeer en laurierprunussen. De laatste heten officieel vast anders. Ze hebben glanzende, leerachtige bladeren. Ik vind ze lelijk maar de vinken hebben ze goedgekeurd. Ze hebben er zelfs al eens in gebroed, net als de vinken op de foto. Dat is weliswaar een ander vinkenpaar in een andere laurierhaag, maar ziet u het verschil?

Met hun brede snavel kunnen vinken zaadjes kraken. Maar zoals zoveel zaadeters versmaden ze ook insecten niet. Zeker als ze straks jongen hebben, voeren ze die rupsjes en insecten. Misschien nestelen ze zich weer in de laurierhaag.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 17 maart 2016)