Mannelijke katjes

Populierkatje. Foto Koos Dijksterhuis
Populierkatje. Foto Koos Dijksterhuis

Even maar liggen ze op de weg, op het pad, op het gras: vuurrode… het lijken wel dikke borstelwormen. Maar het zijn de katjes van populieren. Mannelijke populieren. Populieren hebben vrouwelijke bomen en mannelijke. Tweehuizig noemen botanici dat. De mannenkatjes hebben hun stuifmeel geloosd en zijn verder overbodig. Weg ermee.

De populierenvrouwen bewaren hun katjes nog twee maanden. Ze worden bevrucht door het aanwaaiend stuifmeel. In mei of juni is het zaad rijp en zullen de zaaddozen openbarsten. De zaadjes dwarrelen weg op de wind, dankzij hun pluizige parachute. Dat pluis kan het gazon volledig bedekken. Zomersneeuw.

Als het zaad in goede aarde valt, liefst vochtig en vruchtbaar, ontkiemt het tot een populiertje. Het boompje groeit snel en is, als het niet door herten of andere grote grazers wordt opgegeten, na een jaar of vijftien in staat zelf katjes te vormen.

De snelgroeiende populieren werden misschien door Marsman bezongen, maar landschapsinrichters en natuurbeheerders kijken er vaak op neer. Het zijn meer bomen voor saaie houtplantages en als begroeiing van nieuwe wegen en paden. Vroeger plantten bomenplanters de populieren dan om en om met bijvoorbeeld lindes, iepen of eiken. Die groeien langzaam maar worden veel ouder dan populieren. Als de populieren na dertig jaar zouden kunnen omvallen, werden ze gekapt. Intussen waren de linden, iepen of eiken een meter of zes hoog en namen ze het stokje over. Tegenwoordig is die boomplantstrategie zeldzaam.

Populieren kunnen ouder worden dan dertig, zeker in een bos waar de wind weinig vat op ze heeft. Een ouder populierenbos is natuurgewijs de moeite waard. Er groeien zeldzame paddestoelen die liever daar groeien dan elders. Er leven vllindertjes en kevers die alleen populierenblad lusten.

(Natuurdagboek Trouw 27 maart 2014)