Maaien of niet maaien?

Brunel met akkerhommel. Foto Koos Dijksterhuis

Het gras van mijn grasveldje deint zacht in de bries en de halmen schitteren in de avondzon. Maar het staat al kniehoog. Ik was van plan het in juli deels en in september grotendeels te maaien, om de bodem te verarmen en mijn gras veranderen in een bloemrijk hooilandje. Op rijke bodem overheersen grassen, op arme bodem krijgen bloemen een kans.

Maar het gras groeit nog te snel en de grasmat is te dicht. Ik zaaide bloemen die niet aanslaan. Andere komen in de verdrukkinig, zoals brunel en zelfs klaver. Zal ik toch vast maaien? Maar er staan wel bloemen in het gras: twee soorten ooievaarsbek bijvoorbeeld, knoopkruid, havikskruid en grote ratelaar. Die laatste doet het goed en breidt zich uit. Ratelaars parasiteren op grassen en waar ik veel van de citroengele bloemen zie staan, is de grasmat ijler. Die bloemen wil ik niet maaien, ze moeten eerst hun ratelende zaden vormen.

En er staan vele pinksterbloemen tussen de verschillende soorten gras. Hoewel ik twee weken geleden op Schier nog een paar pinksterbloemen in bloei aantrof, zijn ze bij mij allang uitgebloeid. Maar als ik ze maai, hark ik misschien hun zaden weg. Of, erger, de poppen van de pinksterbloemlangsprietmotten die op de bloemen afkwamen. De rupsen van oranjetipjes zijn inmiddels wel de struiken ingekropen.

Ik besluit met de hand het veldje te knippen, dan kan ik de dikke graspollen van gestreepte witbol mooi allemaal afknippen, terwijl ik de bloemen ontzie. Door even boven het maaiveld te knippen, blijven ook de pinksterbloemen gespaard. Het kost me twee uur, maar ik beschouw het als meditatieve oefening en krijg er gratis krachttraining van mijn hurkspieren bij. En ik zie van alles.

Een sprinkhaan springt weg, grasmotjes dwarrelen op, een akkerhommel zoemt rond brunel. Ik kom veel lieveheersbeestlarven tegen, vaak al in verpoppende staat. Dan kleven ze roerloos aan grashalmen. Heerlijk, al dat leven!

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 2 juli ’19)