Loofbosanemonen

Bosanemoon. Foto Koos Dijksterhuis
Bosanemoon. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn tuin bloeien de bosanemonen. Er staan er maar een paar, ik verklap niet hoe ze daar komen… Ik word altijd blij van bosanemonen. Ik vind ze misschien wel de op-een-na-mooiste bloemen die er zijn. Die ene is parnassia.

Ik word trouwens blij van alle in de lente bloeiende bosplanten. Sneeuwklokjes, crocussen, narcissen, sterhyacinten, boshyacinten, speenkruid, bosgeelster, longkruid, holwortel, voorjaarshelmbloem, maarts viooltje, dalkruid, daslook, klaverzuring, vogelmelk, salomonszegel, grote muur en look-zonder-look zijn allemaal bloemen van het gematigde loofbos. En dat is niet zo’n doodgewoon bostype als het lijkt.

Verreweg het grootste deel van ’s werelds bossen is naaldbos. De gigantische taiga van Rusland, Siberië, Alaska, Canada, Scandinavië en Finland – allemaal naaldbos. Donker bos, waar weinig zonlicht de bodem bereikt, die ook nog eens bedekt is met een laag zwaarverteerbare naalden. Naaldbosbloemen zijn bijzonder, maar het zijn er niet veel. Vervolgens bedekken tropische regenwouden  het grootste gebied, al zijn we hard bezig dat te verkleinen…  ook tropische bossen blijven groen en lommerrijk. Daar waar droge seizoenen zijn, verliezen ze weleens tijdelijk hun blad. Dan is het ook te droog voor bosbloemen. Daarvoor is loofbos in gematigde klimaatzônes nodig. Ons loofbos dus.

Loofbos dat ’s winters kaal en ’s zomers groen is, is dus bijzonderder dan het lijkt. Voor ons is het gewoon, de Europese laagvlakte was er mee bedekt tot mensen vee gingen houden. In de bosrestanten wandelen wij, genietend van herfstkleuren, zomerschaduw en lentegroen. Voordat het blad de bodem verduistert, genieten we van lentebloemen, die op bosbodems hun tapijten uitrollen. Tapijten van hoogpolig groen met een zee van gele, paarse, blauwe bloemen. En witte, van bosanemonen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 29 maart 2016)