Linde

geknotte Lindes, © K. Dijksterhuis

In Haren is een boerderij opgeslokt door een woonwijk. De boerderij heeft nog een fors erf, waarop hoge knotbomen staan. Het zijn linden. Linden zijn erfbomen bij uitstek. Als ze op zes, zeven meter hoogte geknot zijn, vormen hun grillige vormen een spookachtige verdedigingslinie voor de boerderij. ’s Zomers gaat die boerderij al helemaal schuil achter het dichte gebladerte. Een rijtje geleide linden is een uitstekend wind- en zonnescherm. Maar het snoeien van leilinden kost veel meer tijd dan het knotten. Daarom konden knotlinden karakteristiek worden voor Drenthe, schreef J.J.H. Oudega-Schokker laatst in Het Drentse Landschap. Haren is geen Drenthe, maar het scheelt niet veel.

Als linden bloeien, ruiken ze zoet. Bijen en hommels weten dat te waarderen. Daar maken imkers gebruik van voor hun lindebloesemhoning. Ook sommige mensen vinden lindebloesem lekker, nadat ze er thee van gezet hebben. Giftig zijn linden niet. Lindelover is geen gek veevoeder. Dat hommels in de nazomer onder linden soms hun massagraf vinden, komt doordat de nectar op raakt en de hommels uitgeput. Het kleefspul op uw onder een linde geparkeerde auto is de honingdauw van bladluizen. Bladluizen zitten vol suikerwater, daarom zijn mieren zo gek op ze. Het zachte lindehout is handig om beeldjes uit te snijden. En grote, alleenstaande linden waren vroeger het ankerpunt van menig dorpsplein. In de lente leerden Lotje en Liesje onder de grote lindeboom de liefde kennen. Hoogbejaarde linden, ze gaan soms eeuwen mee, kunnen zelfs in etages groeien. In de vork van de stam kon een strijkje musiceren of een groepje notabelen recht spreken. Meestal gebeurde dat musiceren en recht spreken niet in, maar onder de boom. Die dan niet geknot was.