Lijsters!

Kramsvogel op appel, © Jeanette Essink

Vijf rustige, zonnige dagen hebben gezorgd voor een explosie van vogeltrek. ’s Nachts vallen zangvogels ons land binnen. Zwermen zanglijsters, merels, koperwieken en kramsvogels storten zich op de struiken en bomen die bessen dragen. Piepers, vinken, gorzen, mezen en andere zangers vullen het nachtelijke luchtruim. Soms hoor je hun piepjes, rateltjes, tjupjes en andere geluiden waarmee ze in het donker contact houden.

De lijsterachtigen laten ook overdag van zich horen. De hoge dziepjes van koperwieken worden ruw overstemd door het getjakkerdetjak van kramsvogels. Merels roepen hun alarmroep, zanglijsters beperken zich tot een zeer terughoudend ‘dzp’.

Veel van die lijsters blijven een tijdje bessen eten en trekken straks verder naar Frankrijk. Als de bessen gisten, worden de vogels dronken.

Jeroen Reneerkens en ik zijn op pad. Jeroen onderzoekt drieteenstrandlopers. Het zijn wel geen strandlopers, maar Jeroen vindt lijsters ook fantastisch. We turen naar meidoorns vol koperwieken en kramsvogels. Koperwieken met hun roestrode oksels en hun felle koptekening, de forsere kramsvogels met hun bonte kleed: grijs, roestbruin, gelig. Er komen wat merels en zanglijsters bij. Allemaal werken ze bes na bes weg.

‘Hoeveel bessen zouden ze per dag eten?’ vraagt Jeroen zich af.

‘Wel honderd’, zeg ik.

‘Honderd per dag? Per vogel dan toch.’

Meer nog, denken we, veel meer, met hun duizenden eten ze miljoenen bessen per dag. En toch zie je nog overal struiken vol bessen. Veel van die vogels zijn hier vast nog nooit geweest. Toch lijken ze de weg te weten. Ze vinden meteen de bessenstruiken en vluchten op tijd de bocht om voor de sperwer die tussen de struiken door aan komt sneaken.