Lievelingsvlinder

Lieveling. Foto Jeanette Essink
Lieveling. Foto Jeanette Essink

Alleen al vanwege z’n naam haalt de lieveling het natuurdagboek. Lievelingen zijn nachtvlinders met vrij lange vleugels met een streep over de hele vleugellengte. Die streep lijkt wel een scherpe vouw. De vleugels kunnen grijs zijn, roze of bruin, en steken in het midden naar achteren uit met een punt. Het geeft de lieveling het aanzien van een stealth-bommenwerper. Maar dan wel een kleintje. Een lieveling blijft wel vaak onzichtbaar maar zou nooit bommen werpen.

Lievelingen zetten eitjes af op zuring en planten uit de duizendknoopfamilie. Als die op ruig begroeid, vochtig terrein groeien, is de kans groot dat er lievelingen zijn. In bossen, parken, begroeide oevers zijn ze algemeen en ook in wilde tuinen, zeker als daar een vijver is.

Lievelingen lijken op ligusterstipspanners maar bij de laatste reikt de vleugelstreep niet tot in de vleugelpunt, maar iets ervoor. Bovendien zijn ligusterstipspanners veel zeldzamer en hoewel ze tot in de herfst vliegen, zijn ze toch hoogzomerser ingesteld. Nee, de lieveling, dat is pas een nazomervlinder.

Lievelingen lijken ook wel op appeltakken, maar appeltakken zijn groen. Appeltakken zijn minstens even mooi, maar hoewel ze een grappige naam hebben, kan die niet tippen aan de naam van de lieveling.

Uit de lievelingseitjes die nu gelegd worden, kruipen rupsen die zich pas de volgende lente verpoppen tot vlinder. Deze lievelingsrupsen probeert de winter door te komen in de strooisellaag van dode bladeren. Daarom is het goed die bladeren te laten liggen en de herfsttuin niet netjes op te ruimen. Voor de lievelingsrupsen zelf, en voor de merels en roodborstjes die in het strooisel wroeten.

(Natuurdagboek Trouw 18 sept. 2013)