Lief

Zevenstippelige lieve-heersbeestjes, Foto Koos Dijksterhuis

Als ik een stapeltje blad opraap, om in de gft-bak te gooien, blijkt er een lieve-heersbeestje onder te zitten. Qua rondingen en kleur zijn lieve-heersbeestjes zo bedeeld, dat wij mensen ze lief vinden. Ik leg de bladeren ijlings terug, als een deken over het lieve lieve-heersbeestje.

Best kans dat het lieve-heersbeestje de lente haalt. Eind maart verschijnen lieve-heersbeestjes vaak plotseling massaal. Ze hebben de winter doorgebracht in holletjes, kieren, boomstronken, onder bladeren, in schuren, kelders en op zolders. Want ook in huis brengen ze de winter door. Iedere herfst krijg ik vragen van lezers over de concentratie lieve-heersbeestjes op zolder of elders in huis. Iemand had er tientallen in de badkamer.

Lekker vochtig en vorstvrij. Maar waarschijnlijk te warm. De lieve-heersbeestjes sluimeren de winter door, ze moeten niet warm worden en al helemaal niet uitdrogen. Zolders en schuren zijn vaak goed plekken.

Zevenstippelige lieve-heersbeestjes zijn misschien wel de sociaalst ingestelde lieve-heersbeestjes. Zij vormen de grootste groepen. Hoewel Aziatische lieve-heersbeestjes, de uit de tuinbouw ontsnapte en verwilderde nieuwkomers, er ook wat van kunnen. Als aan de Middellandse Zee overwinterende pensionado’s, hokken zevenstippen met tientallen, soms honderden samen op hun eigen  winterbestemmingen.

Hoe vinden ze elkaar? Waarschijnlijk op de geur. Insecten hebben vaak een fijne neus. En hoe vinden ze in de lente de weg naar buiten? Ik denk dat ze de tochtstroom voelen. En ze zien het licht. Onderweg daarheen botsen velen tegen een raam. Daar blijven ze dan dringen en dat wordt hun dood.

Lieve-heersbeestjes voeren soms chemische oorlog. Als je zo’n lieverd beetpakt, scheidt ie uit zijn gewrichten een oranje smurrie af. Het stinkt, vlekt en schijnt vies te smaken.