Libel met bruine vleugels

Bruine glazenmaker m. Foto Jeanette Essink
Bruine glazenmaker m. Foto Jeanette Essink

De bruine glazenmaker is een grote libel die de vroege glazenmaker en de bruine korenbout aflost. Die andere twee vliegen vooral eind mei en juni. Zouden zij zich kruisen dan zou je als nakomeling een bruine glazenmaker of een vroege korenbout verwachten, maar ze kruisen niet. Korenbouten en glazenmakers zijn te verschillend. Korenbouten zijn korter en breder, glazenmakers langer en slanker.

Als er een bruine glazenmaker langs snort, maakt hij een geheel bruine indruk. Zelfs zijn vleugels zijn bruinig. Pas als je hem stil ziet zitten, met gespreide vleugels zoals dat een grote libel betaamt, zie je dat hij blauwe vlekjes heeft en geelgroene officiersstrepen op zijn schouders, of beter: de zijkanten van zijn borst. Maar je ziet ze niet zo gauw stilzitten. Libellen zijn beweeglijke vliegers, zeker met mooi weer. Als ze ’s morgens nog aan het opwarmen zijn, zitten ze wel stil, maar dan vallen ze minder op.

Om libellen goed te kunnen bekijken, moet je ze vangen in een wijd vlindernet. Je kunt ze voorzichtig beetpakken, ze bijten niet, al zien ze er niet bijster gewillig uit. Natuurfotografen leggen ze weleens in de koelkast, om de kleumende diertjes daarna buiten op een plant te zetten, waar ze een tijdje blijven zitten om op temperatuur te komen. Dan kunnen ze in alle rust een fraaie foto maken terwijl hun model rustig poseert. Net echt, maar voor de libellen vind ik het geen sympathieke arbeidsvoorwaarden.

Zulke kunstgrepen zijn niet nodig om bruine glazenmakers te identificeren. Ze zijn niet de snelste libellen; ze vliegen vrij rustig en hun bruine vleugels maken hen gemakkelijk herkenbaar. Vroege glazenmakers en de vrouwtjes van bruine korenbouten hebben ook een bruin lijf, maar bruine glazenmakers zijn de enige libellen met bruine vleugels. De mannetjes en vrouwtjes ontmoeten elkaar bij begroeide, stilstaande wateren, van slootjes tot meren, maar vliegen ook wel langs bosranden. Dan zijn ze op jacht naar insecten. Met hun lijf van zeven tot acht centimeter storten ze zich zelfs op andere libellen.

(Natuurdagboek Trouw maandag 9 jul. 18)