Leven in de boerderij

Geelgors, ooit door Beethoven nagebootst. Foto Koos Dijksterhuis
Geelgors, ooit door Beethoven nagebootst. Foto Koos Dijksterhuis

Op het Zweedse Öland sta ik vroeg op. Ik loop het landweggetje af naar de boer die ons het huisje verhuurt. Het weggetje loopt dood bij de boerderij. Volgens mijn plattegrond begint achter het erf een pad, en ik zoek tussen de vele bijgebouwen. Ik wil niemand wakker maken en sluip rond. Ik voel me een inbreker. Ieder moment kan er een woeste hofhond naar mijn keel vliegen.

Ik bespeur geen teken van honds of menselijk leven, al bespeur ik leven genoeg. De koeien verwelkomen mij met geloei, de schapen met geblaat. Boeren- en huiszwaluwen vliegen kwetterend af en aan en op de mestvaalt hippen ringmussen. Een specht timmert op een houten schuur, alsof het een dode boom is. Bij ons huisje zit ook steeds een specht te hakken, op een nestkast. Dat is ’s morgens vroeg een heel lawaai.

Ik vind het pad en wandel tussen akkers en weilanden door. Er grazen reeën. De landbouw hier is modern, maar niet zo hypermodern als bij ons. Het pad heeft kleurige bermen met cichorei, prachtklokjes, beemdkroon en boshengel. Daarlangs rijzen houtwallen op, met allerlei soorten bomen en struiken. Er scharrelen klauwieren, gekraagde roodstaartjes, zanglijsters, merels, kramsvogels, zwartkopjes, groenlingen en grasmussen door de kruinen. Wat een rijkdom kun je krijgen, als je met een fractie minder opbrengst genoegen neemt!

Het pad brengt me naar een volgend erf. Daar is pas leven in de boerderij! Er klinkt oorverdovend getjilp. Op de nok van een schuur zitten wel honderd huismussen. En waar je in Nederland misschien eens vier kneutjes ziet, zijn er hier wel veertig. Hoog in de lucht hangt een leeuwerik en overal zingen eigele geelgorzen hun door Beethoven nagebootste lied.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 5 aug. 2016)