Lepelaars in het Lauwersmeer

Lepelaar. Foto Koos Dijksterhuis
Lepelaar. Foto Koos Dijksterhuis

In september vliegen de lepelaars naar het zuiden. Ze hebben gebroed en jongen grootgebracht; het seizoen zit erop, de klus is geklaard. Voor ze vertrekken, hoeven ze zich een tijdje alleen bezig te houden met eten en slapen. Al kunnen de volgroeide jongen hinderlijk bedelen.

De meeste lepelaars broeden op de Waddeneilanden. Daar hebben ze geen roofdieren te duchten en kunnen ze op de grond broeden. Alleen verwilderde katten zijn er, maar als lepelaars in de buurt van mantelmeeuwen broeden, hebben ze van die katten geen last. Springvloed met storm is wel een gevaar; dan spoelen de eieren weg.

In augustus en september zie ik lepelaars in groepen in of aan het water staan dutten. Eerst op Schiermonnikoog, later meer in het Lauwersmeer. De jongen zijn onder meer herkenbaar aan hun zwarte vleugelpunten (foto). Ik neem zomaar aan dat het Schiermonnikoger lepelaars zijn die alvast de eerste vijftien kilometer naar het zuiden hebben afgelegd, en dat lijkt me geen gekke aanname. Ook in de broedtijd steken ze wel eens de Waddenzee over om bijvoorbeeld stekelbaarsjes te vangen; het is maar een kwartiertje vliegen. In het Lauwersmeer betrap ik soms lepelaars die op Schiermonnikoog geringd zijn, door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen.

Toch hoeven die vogels niet per se van Schiermonnikoog afkomstig te zijn, zoals de lepelaar Sinagote bewijst. Ze is genoemd naar het dorp Sina in Bretagne, waar ze in de herfst altijd naartoe vliegt. Ze is geboren op Vlieland, waar ze ook broedt. Ze is geringd en bovendien gezenderd en haar hele levensloop is gevolgd door onderzoekers Petra de Goeij, Theunis Piersma, Willem Bouten en Carl Zuhorn, die daar afgelopen lente een boek over publiceerden (Sinagote, uitgeverij Noordboek, €22,50).

Sinagote mag dan Vlielandse zijn, ze doet frequent het Lauwersmeer aan, waar ze vaak dezelfde mannelijke soortgenoot ontmoet… Loversmeer!

(Natuurdagboek Trouw woensdag 22 september ’21)