Late rupsen in camouflagepak

© K. Dijksterhuis, Oranjetipje rups Kuinderbos

Ze zijn mijn lievelingsvlinders. Trouwe lezers van het natuurdagboek zijn niet verrast als ik het oranjetipje huldig: hulde aan het oranjetipje!

Er waren er veel dit voorjaar en ze bleven lang vliegen, tot ver in juni. Nu vliegen ze niet meer, ze wachten daarmee tot april 2011. Nu zijn de rupsen zich aan het verpoppen. Ook dat doen ze laat, dit jaar. Ze hebben de planten opgegeten waar hun moeder eitje heeft afgezet: pinksterbloem, look-zonder-look, misschien bosveldkers. Ik zag laatst nog een paar late rupsen op aangevreten look-zonder-look. Als look-zonder-look ook nog  aangevreten wordt, blijft er al helemaal geen look over. Daar klaagt geen mens over. Als rupsen hetzelfde flikken met een eik, is het huis te klein. Die waardplanten overleven het wel. Op een dunne lichte discostreep en wat donkere puntjes na zijn de rupsen groen. Rupsen van koolwitjes zijn ook groen. Oranjetipjes zijn lid van de witjes-familie. Op hun waardplant vallen ze volstrekt niet op. Je moet letten op aangevreten planten en dan kun je ze zien. Meestal slechts één per plant, de einzelgängers moeten niets van elkaar hebben. Ze eten elkaar soms zelfs op. Ik liet ze mij aanwijzen door een gewiekste vlinderkenner, Gerard Eggens, die ze binnen de kortste keren heeft gevonden. De foto laat zien hoe lastig ze zich laten zien. Nu verpoppen ze zich. Als pop worden ze grijsbruin en lijken ze sprekend op een doorn. De rups verpopte aan een takje en lijkt nu een stekel aan dat takje. Rupsen-eters eten geen doorns, dus het is een puike camouflage. Ze spelen de hele winter voor doorn en breken in april uit, als vlinder.