Langbloeiers

Zweefvlieg op cichorei, Foto Koos Dijksterhuis

Er bloeien nog tientallen soorten planten. Als we van Deventer naar Olst wandelen komen we wilde Bertram tegen, Theunisbloem, knoopkruid, hennepnetel, wilgeroosje, zwarte nachtschade, brunel. Dat zijn niet zozeer laatbloeiers, het zijn vooral langbloeiers. Hun toptijd is geweest, maar sommige houden dapper vol. Dat geldt ook voor distels, er bloeien akkerdistels en veeldoornige distels. Paarse en witte dovenetels, avond- en echte koekoeksbloemen, Jakobs- en bezemkruiskruiden blijven onbekommerd bloeien tot de nachtvorst toeslaat. Paardebloemen maken na een zomerpauze een tweede bloeistuip door en boterbloemen… ja, boterbloemen: bloeien die nou nog steeds of bloeien ze weer? Ik weet het eerlijk gezegd niet.

We verlaten de IJsseloever, we kunnen niet verder. De uiterwaarden zijn hier veranderd in een enorme bouwput. Graafmachines, rijplaten, bergen zand, vrachtwagens, hekken erom, verbodsborden, schrikdraad. Natuurontwikkeling heet dat. We buigen af en kruisen landgoederen met villa’s, parken, oude bossen en open velden. Gaaien vliegen langs met eikels in de snavel. Walnotendoppen verraden dat er roeken bezig zijn geweest. Staartmezen zwermen door de bomen. De zon brandt nog warm, maar in de schaduw is het fris. In de zon zijn nog veel insecten actief, in de schaduw zitten ze op de bloemen. Zweefvliegen, wespen, bijen, juffers, vlinders. Ze vallen niet op, ze zitten stil, maar eenmaal in het vizier zijn ze goed te bekijken.

Terug naar de bloemen. Er bloeit nog veel cichorei. De lintbloemen hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij, en niet omdat ik ooit in een ascetische stemming cichoreikoffie dronk en rauwe witlof at. Nee, de kleur van de bloemen vind ik hemels. Ik zou iedere cichoreibloem op de foto willen. Kijk, op die ene zit een zweefvlieg.