Kwak liever kwijt dan rijk

Kwak, © Jeannet Göbel

Als reactie op een natuurdagboek stuurde Jeannet Göbel een sterk verhaal op. In haar tuinvijver zwemmen goudvissen en jonge koikarpers. Wie een vijver met vis heeft, kan erop wachten dat er een reiger bij gaat staan. En het blijft niet bij staan, natuurlijk. ‘Hoewel ik reigers best wel mooi vind’, meldt Göbel, ‘kreeg ik een gruwelijke hekel aan die vissenmoordenaars.’

Haar man spande netten om de vijver, en daar kwamen reigers noch katten langs. Nieuwe vissen in de vijver en klaar. Maar nee, na de vakantie vorig jaar bleken de kois te zijn verdwenen. Katten en reigers konden echt niet bij de vissen. Blauwe reigers althans. Maar niet alle reigers zijn blauw.

Vroeg in de avond zagen Göbel en partner op de lantaarnpaal in de poort naast haar tuin een wonderlijk beest zitten. ‘Hij had een reigerlijf, maar zonder die lange nek, met korte poten en vervaarlijke klauwen en het meest bijzondere was een lange witte sliert achterop zijn kop. Urenlang zat die griezel onbeweeglijk richting vijver te turen tot ie een duik nam, bovenop het net ging zitten en met een vis in zijn bek weer opsteeg.’ Haar man heeft de vijver afgeschermd met een constructie van latten en netten. Geen gezicht natuurlijk, maar de vogel hield het na een paar pogingen voor gezien en verschijnt haast nooit meer. In een vogelboek zag Göbel dat het een kwak was, waarmee ze bewijst ‘dat niet alleen in de Biesbosch en de Nieuwkoopse plassen nog kwakken zijn, maar ook in onze tuin’.

Sterk verhaal, toch? Waarschijnlijk is de kwak afkomstig uit het naburige Avifanuapark in Alphen aan den Rijn.