Kronkelen als een boor

Hunze bij Spijkerboor. Foto Koos Dijksterhuis
Hunze bij Spijkerboor. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige houtsoorten zijn zo hard, dat u er geen spijker in zou kunnen slaan. U zou een gaatje moeten voorboren, net als in beton. Volgens een voorlichtingspaneel in Noordoost-Drenthe stroomde het riviertje de Hunze daar ooit in de vorm van een spijkerboor. Het Veenkoloniale dorpje Spijkerboor dankt daaraan zijn naam. Heet een spijkerboor niet gewoon houtboor? Hoe zou zo’n boor eruitzien? Wezenlijk anders dan een steenboor? Ik denk het niet, ik denk spiralend, zoals elke boor. De Hunze spiraalde niet, maar zigzagde wel. Daar werd korte metten mee gemaakt. Ooit is die rivier, waar de Hondsrug op afwaterde, gekanaliseerd tot een rechte betonnen bak waarin het van vergif en mest gistende landbouwwater zo snel mogelijk richting Waddenzee werd afgevoerd. Stichting Het Drentse Landschap heeft langs een klein stukje Hunze de oude loop hersteld. Bij Spijkerboor kun je anderhalve kilometer over het dijkje langs de oever naar het noorden wandelen, en over de andere oever terug. De dijkjes garanderen een weids uitzicht over meanderende watergangen, kreken, zompige graslanden en ruigten. Daar zijn veel ganzen, smienten en andere eenden, kramsvogels en zowel blauwe als zilverreigers. Het is dan ook nog koud en winters.

Nog even en tureluurs zullen hier tureluren, blauwborstjes zingen en gele kwikstaarten kwikken. De veldleeuweriken zijn er al, ze vliegen over het gebied, maar hun innemende, langdurige lentelied houden ze in zolang het vriest. Kieviten baltsen al wel. Een wulp jodelt. De eerste speenkruidjes en kleine veldkersjes komen al in bloei. De lente popelt.

Mooi hoor, jammer dat de rest van de Hunze niet weer kronkelt als een spijkerboor. Mensen kiezen liever een rechte betonnen goot dan een meanderende beek met vogels. Rare jongens, die mensen.

(Natuurdagboek Trouw 18 maart 2013)