Kraaien

bonte kraaien
Bonte kraaien. Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik op mijn veertiende begon vogels te kijken, kende ik de gebruikelijke tuinvogels, waaronder de specht, de vink en de kwikstaart, maar ontdekte ik dat er groene, zwarte en bonte spechten waren, appel- en goudvinken, witte en gele kwikstaarten. Dat er behalve kraaien ook bonte kraaien bestonden, was dan weer geen nieuws. Want in die tijd doken bonte kraaien vleugel aan vleugel met zwarte kraaien op de kliekjes in de tuin.

Dat is nu wel anders. De bonte kraai verdween uit ons land. Als broedvogel was ie nooit talrijk, en als wintervogel veranderde hij van zeer algemene naar zeldzaamheid.

Dat was lezer Eika Medema ook opgevallen, die me erover mailde. Goede vraag! De zwarte en bonte kraai verdelen hun Europese leefgebied nauwgezet. De zwarte broedt in West-Europa, de bonte in Oost- en Noord-. Ergens door Duitsland loopt de grens. In Bremen en Keulen zie je zwarte, in Kopenhagen, Berlijn en Wenen bonte kraaien. De vogels zijn zeer verwant aan elkaar. Toen ik begon met vogels kijken, hoorden ze nog tot dezelfde soort. Ze stonden als aparte ondersoorten in mijn boek. Intussen worden ze erkend als aparte soorten, maar soms schijnen ze nog wel te kruisen. De tussenvorm zal wel minder opgewassen zijn tegen de harde wereld, of minder geliefd bij bonte zowel als zwarte kraai, zodat de hybride zwartbonte kraai schaars blijft.

Misschien concurreren beide vogelsoorten zo om voedsel of nestelplaats, dat de ene de andere heeft verdrongen. Bonte kraaien zijn meer gericht op menselijk afval dan zwarte en terwijl in West-Europa rokende vuilnisbelten verdwenen, gebeurde dat in Scandinavië niet en nam de afvalberg in Oost-Europa zelfs toe. Bonte kraaien hebben bij ons niets meer te zoeken.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 11 okt. 2016)