Koolwit op paars

Klein koolwitje op distel, © Koos Dijksterhuis

Er vliegen nog veel koolwitjes. Koolwitjes een klontje van enkele eitjes af onder bijvoorbeeld een koolblad, dat de rupsen vervolgens opeten. Na een tijdje settelen de rupsen zich in het hart van de kool. Tuinders zien de witte vlinders daarom als verschrikking. Biologische bestrijding kan met sluipwespen. Sluipwespen leggen hun ei in de rups. De sluipwesplarve eet de rups op en verpopt zich vervolgens tot sluipwesp. Op koolwitjes parasiteert bovendien een sluipwespje van een halve millimeter. Dit wezentje, Trichogramma brassicae, kan ruiken wanneer een koolwitmannetje met een vrouwtje gepaard heeft. Het piepkleine sluipwespje gaat op de vrouwtjesvlinder zitten en lift mee. Als de vlinder eitjes afzet, kruipt het sluipwespje op de vlindereitjes en legt ze haar eigen eitje in een vlinderei. Het sluipwesplarfje heeft dan een heel vlinderei tot zijn beschikking. Na anderhalve week komt er geen rups uit het ei, maar een sluipwespje.

De rupsen van koolwitjes leven ook vaak op wilde planten, vooral vroeg in het seizoen. Qua nectar zijn de vlinders al helemaal makkelijke eters. Op de achter mijn huis bloeiende kattenstaart zat dagenlang een klein koolwitje. Een prachtig gezicht, dat witje op de paarsroze bloem tegen een groene achtergrond. Hij deed me denken aan het koolwitje op een distel laatst, ook al wit op paars tussen het groen. Een klein koolwitje is niet alleen kleiner dan een groot koolwitje, maar heeft ook minder zwart op de vleugels.

Koolwitjes nemen nu af in aantal en zullen helemaal uit de lucht gaan als de dagtemperatuur de 15 graden niet meer haalt, meestal in oktober. Ze overwinteren als pop en in maart verschijnen de eerste vlinders weer.