Kom mee naar buiten

Wielewaal v.  Foto Koos Dijksterhuis
Wielewaal v. Foto Koos Dijksterhuis

In één van mijn lievelingsbossen, tevens het grootste loofbos van de Benelux, lopen en picknicken metgezel en ik tegen de avond, als de laatste andere wandelaars zich terugtrekken. Toen het Horsterwold nog een kleuter en ik een puber was, zag ik boven de jonge aanplant mijn eerste visarend. Nu zijn het wold en ik groot. Het bos vooral, zelf kijk ik op tegen de bomen die daar in relatief korte tijd een bewonderenswaardige omvang kregen. In tegenstelling tot wat we gewend waren, staat dit bos namelijk niet op armzalige zandgrond waarvoor landbouwers hun neus ophalen, maar op vruchtbare zeeklei. Het groeide verrassend snel.

Er kwamen vogels van allerlei pluimage, waaronder liefhebbers van oud bos, zoals appelvinken en spechten. Nu horen we vooral zanglijsters en soms kruist er één ons pad. Ook zingen er merels, tuinfluiters, zwartkopjes, een enkele vink en winterkoning. Een spreeuw hipt op het pad voor ons, met een larve in zijn snavel. Spreeuwen doen het niet goed meer in onze bossen, maar deze broedt hier ergens in een holte.

De bomen staan in lenteblad, de avondzon twinkelt erdoor en maakt van het volwassen bos een groentje. Op naar het uitzichtpunt in de Stille Kern, een plek die ik vijf jaar geleden leerde kennen, toen ik een boek schreef over de natuur in Flevoland. Intussen is het pad verhard met beton – moordend voor kleine, kruipende wezens. Het romantische uitzicht over glinsterend water tussen groene oevers met bloeiende meidoorns en vogelkersen wordt belemmerd door drie voorlichtingspanelen. We kijken ertussendoor. Grasmussen krassen, koekoeken koekoeken. En als we langs een perceel populieren lopen, klinkt uit de top een helder “diedeljo”. Drie wielewalen zijn daar druk doende.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 19 mei 2015)