Kokmeeuwen in de stad

Kokmeeuwen. Foto David de Leeuw
Kokmeeuwen. Foto David de Leeuw

Hartje winter zwermen kokmeeuwen vaak de stad in, waar ze ze zich verdringen om het brood dat mensen aan de eenden voeren. Ze hebben verrassend snel in de gaten waar er iets te halen valt en houden ook elkaar in de smiezen. Dan storten ze zich al op het lekkers, de eenden en meerkoeten schrik aanjagend. Een wolk kijvende witte wieven. Zo zijn ze er, zo zijn ze weer weg.

David de Leeuw fotografeert graag zijn stad Amsterdam. Meestal doet hij dat ’s nachts, soms ook overdag. Dan wil hij zelfs nog wel eens het jaagpad kiezen, de stad uit, waar hij dan bijvoorbeeld libellen en ander natuurschoon fotografeert. Op een fraaie reeks foto’s van kokmeeuwen combineert hij natuur en stad.

Kokmeeuwen broeden in kolonies, als het even kan op kleine eilandjes in ondiep water. Graspollen in een heideven kunnen geschikte broedplaatsen zijn, richels in vloeivelden, zandbanken aan de kust. Op eilandjes hebben eieren en kuikens minder te duchten van huiskatten, loslopende honden, ratten, vossen en marters. Luchtaanvallen van zilver- of mantelmeeuwen kunnen soms afgeslagen worden door samen te werken. Als er tientallen kokmeeuwen opwolken, raakt een zilver- of mantelmeeuw algauw van slag. Wat een drukte, zal de belager wellicht denken, straks vallen ze me nog aan… wegwezen!

Kokmeeuwen worden door niet-vogelaars wel eens kapmeeuwen genoemd, vanwege de zwarte kap die ze in het broedkleed op hun kop dragen. In de nazomer verbleekt die kap geleidelijk tot een witte kruin met grijze oordopjes. Die dragen ze tot het volgende broedseizoen voor de deur staat, en dat is nu. Nu al treffen veel vogels voorbereidingen voor de lente. De eerste kokmeeuwen krijgen een zwarte kap.

(Natuurdagboek Trouw 19 dec. 2013)

Kokmeeuwen in de stad
DELEN