Koerende duiven

Houtduif, © Koos Dijksterhuis

Er zit meer lente in de dop dan je van januari zou verwachten. Toverhazelaars, winterjasmijnen en andere heesters bloeien, hazelaars en elzen puilen uit van de katjes, wilgenkatjes ontvouwen zich en allerlei bomen staan in knop. Bollen haasten zich met hun stengels de grond uit, het gras is groener en groeit weer, vogelmuur woekert.

Sinds begin januari hoor ik dagelijks kool- en pimpelmezen zingen. Zwarte kraaien laten dat charmante, koerende geluid weer horen. Over koeren gesproken: de houtduiven koeren erop los. Er zijn uiteraard mensen die zich daar wild aan ergeren, maar ik vind duivengekoer een aangenaam, gezellig geluid waarbij ik in slaap kan dommelen. Houtduiven verzamelen zich ’s avonds in een boomkruin voor de nacht. In de kale kruin zie je dan een hele club zitten. Het zijn van die moekes, houtduiven, gemoedelijke dikkerds. Ze koeren een vijftoon, geen drieklank. Hoort u een duif drie tonen koeren, dan is het een Turkse tortel. De vijftoon van de houtduif heeft voor ons gehoor een begin en een eind, of kop en staart om in gevederde termen te blijven. Maar de duif zelf hoort dat anders. Die eindigt zijn gekoer altijd met wat wij als eerste toon van het koerlied zouden beschouwen.

Duiven zijn vroege broeders. Houtduiven nestelen al, stadsduiven gaan aan de leg. Ook blauwe reigers betrekken hun nesten weer, hoog in de bomen. Bosuilen richten hun hol in, spreeuwen zingen, merels smeren hun stem en het kan niet lang duren of de eerste grote bonte specht roffelt zijn krakende baltsroep. En wie hoort de eerste vinkenslag, het eerste leeuwerikgejubel, de eerste grote lijster? Houdt u me op de hoogte?

Eén gedachte over “Koerende duiven”

  1. spechtenroffel in het Noorderplantsoen, dinsdag ochtend 8 februari 08.00 uur

    nestactiviteit ringmus (bij het nestkastje) op zondag 31-1. Slepen van strootjes maar er weer uitgejaagd door 2 koolmezen.

Reacties zijn gesloten.