Koddige frater op pad

Frater. Foto Koos Dijksterhuis
Frater. Foto Koos Dijksterhuis

Bij paal 10 op het Oosterstrand van Schiermonnikoog steken we door de bres in de stuifdijk. We lopen terug over het Waterstaatpad. Dat ligt op de binnenduinhelling en biedt uitzicht over de oude kwelder, een uitgestrekte vlakte met natte rietvelden en tientallen eilandjes van met duindoorn en kruipwilg begroeide duinen. Kramsvogels eten van de duindoornbessen.

We zien een kiekendief links, een kiekendief rechts, twee buizerds boven ons en een havik die tussen dat alles doorflitst. Op het pad voor ons zit een kleine zangvogel. Hij heeft zijn veren opgezet en is een donsballetje, waaruit een koddig koppie steekt, met zwarte kraaloogjes en een geel snaveltje. We willen hem niet bang maken en halen hem met een boog in. We wachten en hij hipt naar ons toe. Als hij nog maar een meter van ons af is, vliegt hij de duindoorns in.

Het is een frater. Fraters zijn vinkachtigen. Ze broeden in de bergen van Groot-Brittannië en Noorwegen en van de Kaukasus tot diep in Azië. Ik zag ze in de Hindu Kush, de Himalaya van Noord-Pakistan. Ik woonde daar een paar jaar tussen de Pathanen. Die droegen allemaal een baard en een machinegeweer. De mannen met baarden moesten niets hebben van christenen en andere ongelovigen. Toch waren ze vriendelijk. De gast wordt gastvrij ontvangen, ook al is hij heiden. De baarden richtten hun kalashnikovs eerder op steenpatrijzen en rotsduiven dan op fraters.

’s Winters trekken de Britse en Noorse fraters naar Nederland en omstreken. Ze verblijven het liefst aan de kust. Daar zwermen ze over de uitgebloeide kwelders en vergeelde groene strandvlakten. Al dan niet in gezelschap van sneeuwgorzen en groenlingen hangen ze in de zaden en pluizen van zeeasters en zeeraketten te happen. Ons fratertje is alleen. Wat een dotje.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 29 nov. 2016)