Kleurige stinkwants

Bessenschildwants Dolycoris baccarum, Foto Koos Dijksterhuis
Bessenschildwants Dolycoris baccarum, Foto Koos Dijksterhuis

Sinds enkele weken tref ik veel wantsen aan. Ook sturen lezers me foto’s van wantsen. Er zitten veel bladpootwantsen tussen, immigranten uit het oosten die zich enorm aangetrokken voelen tot woonhuizen en andere bronnen van infrarode straling. Ook groene stinkwantsen zijn van de partij en berkenwantsen. Maar het meeste zie ik bessenwantsen, die lijken op berkenwantsen en stinken als stinkwantsen.

Bessenwantsen zijn vaak roodbruin, of roodbruin met groen, of roodbruin met geel, of geel met groen, of helemaal geel. Maar altijd hebben ze een zwartwitte zoom en gestreepte voelsprieten. Aan die antennes is een bessenwants te onderscheiden van een berkenwants. Bij de ene bessenwants zijn ze wel contrastrijker gestreept dan bij de ander. Bij onvolgroeide exemplaren is het allemaal minder duidelijk. Bessenwantsen vervellen en groeien en vervellen en groeien en vervellen pas in augustus tot een volwassen wants. Pas dan kan de wants vliegen.

Een bessenwants leeft gedurende de winter op bessenstruiken, zich tegen barre weersomstandigheden verschuilend onder bladeren op de grond, of in kieren en holletjes. Zijn eetlust is groot en zijn smaak omvat allerlei soorten bessen en vruchten, zoals bramen, rozenbottels en kamperfoeliebessen. Ook als hij zonder te proeven over een braam kruipt, is die braam niet meer zo appetijtelijk daar de wants een kwalijk riekend spoor achterlaat. Daarmee verzekert hij zich ervan dat hij zelf tijdens zijn maaltijd niet wordt opgegeten door bijvoorbeeld een merel of lijster of andere vogel die zowel bessen als insecten lust. Niet dat alle vogels zo goed ruiken, maar toch genoeg om een bessenwants vies te vinden. Daarbij hebben bessenwantsen een schild, wat ze minder licht verteerbaar maakt.

Nu klinkt dat allemaal te onaardig voor zo’n wants, die ik regelmatig op mij aantref. Ik moet er mijn neus op drukken om veel te ruiken en ik vind zo’n wants een mooi beestje. Ze zullen bovendien niet bijten of steken. Pas in juni verwisselen de bessenwantsen hun bestaan voor een nieuwe generatie.

(Natuurdagboek Trouw maandag 11 sept. 2017)